
|
n°
20 - Chris Amon - March 701 |
Op donderdagnamiddag begonnen de trainingen voor de Grand Prix van Canada. Het team van Lotus had om begrijpelijke redenen de reis naar Canada niet gemaakt. In totaal vielen er 20 inschrijvingen te noteren voor de wedstrijd. Deze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, Surtees, McLaren, Rob Walker, Frank Williams, Brabham, BRM, Ferrari, March, Matra en Colin Crabbe.
In het begin van de trainingen was het erg rustig op de baan. Bij sommige teams waren de mecaniciens nog een nieuwe motor aan het monteren terwijl anderen teams nog wat wijzigingen aan hun wagens aanbrachten. Zo was men bij het team van Rob Walker nog bezig om krachtiger remmen te monteren op hun Lotus 72C. Bij het fabrieksteam van March viel er ook geen activiteit te bespeuren, maar ze moesten gewoon wachten op hun coureurs. Jo Siffert lag met een zware verkoudheid in bed en Chris Amon was nog niet aangekomen in Canada. Maar langzaam maar zeker begon er toch wat actie te komen op de baan. Voor George Eaton en Rolf Stommelen zat de training er echter al snel op. De Canadees plooide zijn BRM rond de vangrails en de Duitser zijn wagen werd beschadigd toen de ophanging het begaf. Dat gebeurde toen Jack Brabham de wagen aan het uittesten was. Na hun goede prestaties in de afgelopen in races, werden de Ferrari’s ook hier helemaal voorin verwacht. Clay Regazzoni had echter al snel problemen met zijn remmen en kwam zelfs niet toe aan een snelle ronde. Jacky Ickx daarentegen reed de snelste ronde in 1’32,4”. Zijn naaste concurrenten waren de twee Matra’s coureurs en John Surtees.
Op vrijdagnamiddag was het Ferrari team echter oppermachtig. Jacky Ickx verbeterde zijn tijd tot 1’31,6” en Clay Regazzoni, die in eerste instantie nog wel problemen met zijn remmen had en daarna met zijn brandstofpomp, reed een tijd van 1’31,9”. Net als in Monza had Ken Tyrrell voor Jackie Stewart de Tyrrell 001 en de March 701 bij. Gisteren had Jackie Stewart met de March getraind, maar vandaag zou hij zich concentreren op de Tyrrell 001. Op deze wagen waren er echter nog te veel kinderziektes. Na een korte periode stapte hij terug over in de March, maar nadat de mecaniciens een aantal kleine problemen hadden weten op te lossen, stapte hij terug over in de Tyrrell en reed prompt de derde tijd. Met 1’32,6” was hij 0,1 seconde sneller dan Clay Regazzoni en 0,2 seconden sneller dan zijn eigen beste tijd van gisteren. In contrast met hun goede optreden tijdens de eerste dag was de vertoning van het team van Matra vandaag ronduit zwak te noemen. In de wagen van Jean Pierre Beltoise zat een nieuwe motor, die het echter na een paar ronden al begaf en ook Henri Pescarolo kon door allerlei technische problemen geen enkele snelle ronde rijden.
Tijdens de laatste training, op zaterdag, konden de Ferrari coureurs hun tijden niet verbeteren. Toch leek het er lange tijd op dat ze op de eerste rij zouden staan. Jackie Stewart kwam echter kort in de buurt en reed, in zijn March, een tijd van 1’31,9”, wat een evenaring was van de tijd van Clay Regazzoni. Toen ging er echter iets mis met een kogellager op zijn achterwiel. Jackie Stewart liep echter terug naar de pit en stapte voor de laatste minuten over in de Tyrrell. In zijn allerlaatste ronde reed hij de pole positie met een tijd van 1’31,5”. Dat was uiteraard een grote sensatie! Zijn teamgenoot François Cevert werd vierde, al reed die wel in de March 701. Andere coureurs hadden echter minder geluk. Het meest dramatische incident was dat de Lotus 72C, van Graham Hill, in brand vloog. Gelukkig werkte de automatische blusapparatuur direct en doofde deze de vlammen. Bij Chris Amon brak er dan weer een achterwiel af. Bij enkele coureurs begaf de motor het, zoals bij Jack Brabham, die geen enkele snelle ronde kon rijden. Hij mocht op de laatste rij starten met naast hem een andere F1 grootheid, Graham Hill.
Voor Graham Hill hielden de problemen nog even aan. Tijdens de 30 minuten ongetimede sessie op zondagmorgen, ging de koppeling op zijn Lotus stuk. Ook Rolf Stommelen had problemen toen er een achterwiel afbrak. Gelukkig waren beide wagens op tijd hersteld om samen met de 18 andere wagens klaar te staan op de grid. Jackie Stewart stond op de pole positie, nadat hij beslist had om met de Tyrrell 001 van start te gaan. Met de March 701 had hij van op de tweede rij moeten starten. Het was trouwens de Schot die het best uit de startblokken schoot. Na één ronde had hij al een kleine voorsprong op Jacky Ickx, Pedro Rodriguez, John Surtees, François Cevert en Clay Regazzoni, die zijn start compleet gemist had. Het was ongelooflijk te zien met welke snelheid de Tyrrell over de baan vloog. Na 10 ronden had hij al 12 seconden voorsprong op Jacky Ickx. Twee seconden later volgden Pedro Rodriguez en François Cevert. In de 8e ronde was John Surtees de pit al ingedoken. Hij dacht dat er iets fout was met zijn motor. Dat bleek echter niet het geval. Er was gewoon teveel benzine in de brandstoftank gedaan, waardoor er gedurende de eerste ronde wat benzine was uitgelopen. Na het korte oponthoud was hij teruggevallen naar de 17e positie. Een paar ronden eerder had ook Jackie Oliver al een pitstop gemaakt. De achterwielophanging was afgebroken. In plaats van op te geven begonnen de mecaniciens echter een nieuwe te monteren. Daarvoor hadden ze ruim een uur nodig. In de 1e ronde verloor Tim Schenken verschillende ronden in de pit. Ronnie Peterson stopte dan weer met een lek in zijn brandstoftank. Ook hier werd een nieuwe gemonteerd, wat iets meer dan 30 minuten duurde. Eigenlijk waren de laatste drie rijders al uit de race, maar ze beschouwden de resterende ronden als een doorgedreven training. Op het einde van de race werd geen van deze coureurs opgenomen in de uitslag omwille van hun grote achterstand.
In de 20e ronde was de voorsprong van Jackie Stewart al opgelopen tot 16 seconden op Jacky Ickx. Deze reed trouwens op een veilige tweede plaats. Pedro Rodriguez, die op de derde plaats reed, werd nu belaagd door Clay Regazzoni. Deze had in de 17e ronde al de maat genomen van François Cevert. Ook Chris Amon kwam van achteruit sterk opzetten. De volgende acht ronden zagen de toeschouwers een knap duel tussen Pedro Rodriguez, Clay Regazzoni, François Cevert en Chris Amon. Het resultaat was dat Pedro Rodriguez terugviel van de derde naar de zesde plaats. Op de derde plaats reed nu Clay Regazzoni voor Chris Amon en François Cevert. Acht seconden later volgde dan Denny Hulme. Ondertussen reden Jackie Stewart en Jacky Ickx steeds maar verder weg van de tegenstand. Het gat tussen de twee leiders bleef onveranderd met zijn 16 seconden. De race leek al in een beslissende plooi te liggen, maar in de 32e ronde brak de achteras van de Tyrrell van Jackie Stewart af. Zijn race zat er plots op. Jacky Ickx nam de leiding over en had nu 27 seconden voorsprong op zijn teammaat Clay Regazzoni. Jo Siffert en Rolf Stommelen hadden ondertussen ook de race al verlaten en Graham Hill stond in de pit omdat hij de vierde versnelling niet meer kon inschakelen. Hij klaagde ook over de slechte wegligging van zijn Lotus 72C. Na nog een lange pitstop zou hij op het einde van de race ook niet geklasseerd worden omwille van zijn grote achterstand.

|
n°
23 - Jean Pierre beltoise - Matra MS120
|
Halfweg had Jacky Ickx 26 seconden voorsprong op Clay Regazzoni, die op zijn beurt nu langzaam maar zeker wegreed van Chris Amon en François Cevert. Voor de derde plaats was er zelden meer dan enkele wagenlengtes tussen de twee March coureurs. Het enige andere interessante in de race was de opmars van John Surtees, na zijn vroege pitstop. In de 31e ronde ging hij voorbij Jean Pierre Beltoise en kwam zienderogen korter op Peter Gethin. Zes ronde later was hij niet alleen voorbij de Amerikaan, maar ook al voorbij Denny Hulme gegaan, waardoor hij nu al op de zesde plaats reed. Zijn achterstand op de vijfde, Pedro Rodriguez, bedroeg echter nog meer dan 40 seconden. Kort daarna viel Denny Hulme uit met een opgeblazen motor. Ongeveer gelijktijdig gaf ook Jack Brabham op met een olielek en een paar ronden later was ook de race van Andrea De Adamich voorbij omdat hij geen oliedruk meer had. Vooraan bleven de posities ongewijzigd. 14 ronden voor het einde probeerde François Cevert Chris Amon te passeren. Helaas brak er achteraan iets af op zijn wagen. De herstelling duurde iets meer dan zeven minuten. Hij viel terug tot de 10e positie en was kansloos voor de WK-punten. De Ferrari’s hadden echter geen enkel probleem meer. Ze bleven de race domineren en behaalde hun tweede 1-2 van het seizoen. Maar Jackie Stewart had bewezen dat er met de Tyrrell niet te spotten viel. Chris Amon werd derde voor Pedro Rodriguez. Hij was enkele ronden voor het einde gedubbeld toen hij nog een pitstop voor extra benzine moest maken. Ook gedubbeld, maar toch blij, was John Surtees met zijn vijfde plaats. Peter Gethin, die net na de finish zonder benzine viel, werd zesde.
In de stand voor het wereldkampioenschap bleef de betreurde Jochen Rindt op kop staan met 45 punten. Jacky Ickx nam de tweede plaats nu over met 28 punten voor Clay Regazzoni met 27 punten en Jack Brabham en Jackie Stewart, ieder met 25 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford nog steeds 50 punten voor Ferrari en March/Ford met 43 en Brabham/Ford met 35 punten.
|