
|
n°
15 - Jack Brabham - Brabham BT33 |
Tijdens de vorige Grand Prix in Watkins Glen waren er nog 27 coureurs aanwezig. De Grand Prix van Mexico daarentegen moest het stellen met 18 deelnemers. Maar dit was volledig de verantwoordelijkheid van de organisatoren omdat ze maar een beperkt budget hadden voor het betalen van de transportkosten voor het overvliegen van al het materiaal vanaf Watkins Glen tot Mexico City. Ze betaalden wel een startpremie, maar ook dat deden de meeste organisatoren nu niet meer. Die betaalden de teams op basis van hun resultaten. De inschrijvingslijst bestond uiteindelijk uit de teams van Tyrrell, Ferrari, Matra, McLaren, March, Brabham, Surtees, BRM, Lotus en Rob Walker.
Het was trouwens de laatste Grand Prix van het seizoen en alle prijzen waren al verdeeld. Jochen Rindt was de betreurde wereldkampioen en Lotus ging met de constructeurstitel aan de haal. De teams kregen dus de kans om, op deze grote hoogte, enkele experimenten uit te voeren. De meeste teams hadden de luchtinlaten speciaal voor deze wedstrijd vergroot. Op de wagen van Jean Pierre Beltoise werd een Marelli onstekingssysteem gemonteerd.
Op vrijdagnamiddag begon de eerste training. Het was Jackie Stewart die als eerste een referentietijd op de tabellen kon zetten. Maar eens de Ferrari’s naar de hand van hun coureurs stonden, bleken ze eens te meer heel snel te zijn. De meeste tijd stond Clay Regazzoni op kop voor zijn teamgenoot Jacky Ickx. Aan het einde van de vier uur durende training reed Jacky Ickx echter de snelste tijd in 1’42,41”. Clay Regazzoni eindigde tweede in 1’42,93”. Op de derde plaats vonden we dan Jackie Stewart terug met een tijd van 1’43,64”. Kort daarachter volgden Chris Amon (1’43,64”) en Jack Brabham (1’43,92”). De Australiër was echter niet zo goed aan deze training begonnen. In zijn laatste Grand Prix (hij had namelijk in de namiddag zijn afscheid aan de sport aangekondigd) maakte hij even een uitstapje door het grind. Gelukkig bleef dit zonder gevolgen voor de coureur en de wagen. Ook John Surtees en Emerson Fittipaldi kregen al snel met problemen af te rekenen. Maar in tegenstelling tot Jack Brabham, konden geen van beiden hun training verder zetten door een motorprobleem. Ook Rolf Stommelen, die te kampen had met een probleem met de benzinetoevoer, kon maar weinig ronden rijden. Tenslotte moest ook Denny Hulme zijn wagen aan de kant zetten toen de benzinepomp het begaf.
Jacky Ickx slaagde er niet in om, tijdens de training op zaterdag, zijn tijd te verbeteren. De reden was simpel. Hij blies helemaal in het begin van de training zijn motor op. Daardoor ging de strijd voor de pole positie tussen Clay Regazzoni en Jackie Stewart. Toen Jackie Stewart een ronde reed in 1’41,88” leek de strijd beslist. Maar dat was buiten de Ferrari van Clay Regazzoni gerekend. Helemaal op het einde reed hij nog 0,02” sneller dan de Tyrrell. Op de derde plaats eindigde vandaag Jack Brabham, maar hij bleef uiteindelijk wel trager dan Jacky Ickx zijn tijd van gisteren. Jack Brabham was trouwens meer dan een seconde trager dan de Belg. Eén van de redenen waarom er niet heel veel snelle tijd gereden werden, was het grote aantal problemen met hun motoren. Net als Jacky Ickx gaven ook de motoren van Emerson Fittipaldi, Reine Wisell, Chris Amon en Jo Siffert er voortijdig de geest aan. Rolf Stommelen had problemen met de brandstoftoevoer, Graham Hill en Surtees hadden dan weer problemen met de oliedruk en Peter Gethin kon ook maar enkele ronden rijden.
De mecaniciens hadden een heel pak werk na de trainingen maar desondanks stonden alle 18 wagens klaar op de grid. Maar door het grote aantal toeschouwers, ongeveer 200.000, ontstonden er net voor de start wel problemen. Toeschouwers gingen, in een poging om een beter zicht op de baan te hebben, voor de omheiningen staan. De wedstrijd stond op het punt afgelast te worden. Er werden zelfs lege flessen op de baan geworpen omdat de toeschouwers ongeduldig werden. Pedro Rodriguez en Jackie Stewart probeerden de toeschouwers te overtuigen om ten minste terug achter de omheining te gaan. De baan werd schoongeveegd en de coureurs beslisten dan om een inspectieronde te rijden. De situatie was terug (min of meer) onder controle en de coureurs beslisten dat de wedstrijd toch kon doorgaan. Meer dan een uur te laat werd dan uiteindelijk de start gegeven.
Clay Regazzoni maakte een perfect start en bleef van op de pole positie op kop voor Jackie Stewart en Jacky Ickx. Geen van beiden was echter van plan om de Zwitser gewoon te volgen. In de tweede ronde gingen ze allebei de Zwitser voorbij. Ickx, die eerst voorbij Stewart was gegaan, nam het commando van de race over. Achter de drie leiders kwamen dan Jean Pierre Beltoise, Pedro Rodriguez, Chris Amon, Jack Brabham en Denny Hulme, die net de achtste plaats had overgenomen van Graham Hill. Deze laatste stond trouwens al in de pit met een oververhitte motor. Ondanks het feit dat hij vrij snel de race terug kon hervatten, stopte hij al terug aan het einde van de 2e en 3e ronde, om uiteindelijk na 4 ronden er de brui aan te geven. Voor de vierde ronde hadden Emerson Fittipaldi en Jo Siffert al opgeven. Beiden hadden problemen met hun motor. In de 9e ronde viel ook François Cevert uit. Ook op de March had de motor het begeven. Het zou een duur weekeinde voor de teams worden, dat was al duidelijk aan het begin van de race. Ondertussen reden Jacky Ickx en Jackie Stewart weg van de rest van het veld. Op de derde plaats reed nog steeds Clay Regazzoni, die op zijn beurt voorsprong nam op de andere deelnemers. De meeste vooruitgang maakte Jack Brabham. In de vijfde ronde had hij Chris Amon gepasseerd en in de zesde ronde Pedro Rodriguez. Dan, in de twaalfde ronde, ging hij ook voorbij Jean Pierre Beltoise, waardoor hij nu op de vierde plaats reed. Twee ronden later reed hij derde toen plotseling Jackie Stewart vertraagde, in de pit ging en daar een herstelling moest laten uitvoeren aan zijn stuurkolom. Hij verloor daardoor bijna een volledige ronde. Hij reed nu op een voorlaatste plaats. De laatste plaats werd ingenomen door Reine Wisell. Deze had een lange pitstop achter de rug doordat hij problemen had met zijn versnellingsbak. Jackie Stewart reed nu vlak achter Jack Brabham. Even later kon hij zichzelf ontdubbelen, net als bij Clay Regazzoni. Jacky Ickx inhalen was echter iets anders. Het tempo van de Belg lag hoog, ondanks het feit dat hij geen concurrentie had. Ook Clay Regazzoni, in de tweede Ferrari, reed eenzaam op een tweede plaats. Ferrari had deze race volledig onder controle.

|
n°
3 - Jacky Ickx - Ferrari 312B
|
Halfweg
had Jacky Ickx een voorsprong van 15 seconden op Clay
Regazzoni en 27 seconden op Jack Brabham. De Australiër
zijn derde plaats was echter lang niet zo veilig als
deze van de Ferrari coureurs. Denny Hulme volgde op
slechts een drietal seconden. Hulme had ondertussen,
in de 15e ronde, Amon gepasseerd en 9 ronden later had
hij hetzelfde gedaan met Jean Pierre Beltoise. Pedro
Rodriguez viel zelfs terug tot de zevende plaats omdat
hij problemen kreeg met zijn motor. De enige coureurs
die nog in dezelfde ronde als de leider reden, waren
John Surtees en Jackie Oliver. Op de tiende plaats
reed Jackie Stewart vermits Henri Pescarolo in de pit
stond met versnellingsbakproblemen. Bij de lijst van
opgevers konden Rolf Stommelen en Peter Gethin
toegevoegd worden. Een ronde later kregen ze
gezelschap van Jackie Stewart. Hij reed op een …
hond, waardoor de voorwielophanging werd verbogen en
er niets anders opzat dat de strijd te staken. In de
volgende 20 ronden viel er niet veel te beleven.
Wisell stopte dan wel nog een keer met deze keer een
olielek en Oliver had Surtees gepasseerd, maar verder
viel er maar weinig te beleven. In de 53e ronde blies
Jack Brabham zijn motor op, wat jammer was om zijn
carrière zo te moeten beëindigen. Dan ging Chris
Amon voorbij Jean Pierre Beltoise. De Nieuw-Zeelander
reed nu op de vierde plaats. De twee Ferrari’s reden
nog steeds zonder concurrentie op de eerste twee
plaatsen. Voor de derde plaats kwam Amon echter
dichter bij zijn landgenoot Denny Hulme, vooral omdat
Hulme zijn wagen steeds weer in de neutrale
versnelling sprong. Bij het ingaan van de laatste
ronde zat Amon in het wiel van Hulme. Deze laatste kon
echter zijn derde plaats behouden tot op de
eindstreep. Ferrari behaalde hier nog maar eens een
1-2 dit seizoen.
Na de aankomst was het nog chaotischer dan voor de
start. Tijdens de laatste ronden van de race waren de
toeschouwers weer over de hekken gekropen. Ze stonden
zelfs erg dicht bij de rand van de baan, toen Jacky
Ickx de aankomst overschreed. De rest van de wagens
moest de laatste ronden zelfs wat inhouden om toch
maar geen ongeval te veroorzaken.
De volledige eindstand van het seizoen 1970 kan je HIER
terugvinden
|