
|
n°
11 - Denny Hulme - McLaren M19A |
Voor het seizoen begon, was Ferrari coureur Ignazio Giunti om het leven gekomen tijdens de 1.000 km van Buenos Aires voor Sport Cars. Hij was er op de Matra van Jean Pierre Beltoise gecrasht. Op dat moment was de Fransman zijn wagen naar de pit aan het duwen omdat hij zonder benzine was gevallen. Het was een erg riskant manoeuvre wat de Fransman uitvoerde. Achteraf kreeg hij dan ook de schuld van het ongeval en werd hij direct geschorst tot het volledige onderzoek zou afgerond zijn. Daardoor was Matra met maar één wagen, voor Chris Amon, aanwezig in Zuid-Afrika. Alle andere teams waren op volle sterkte aanwezig. Ferrari, March, BRM en Surtees waren zelfs met 3 wagens ingeschreven. Lotus, Tyrrell, McLaren en Brabham, waren met 2 wagens paraat. Ook ingeschreven waren de teams van Gunston, dat een March 701 voor John Love hadden en een Brabham BT26 voor Jackie Pretorius en het team van Jo Bonnier, dat met een McLaren M7C aan de start verscheen. Frank Williams reed vanaf dit seizoen met een March 701.
De eerste training vond plaats op woensdagnamiddag. Vooral de snelheid van de Tyrrell van Jackie Stewart viel direct op. Niemand kon de Schot bedreigen. Nadat hij eerst enkele ronden in de ‘002’ had gereden, de wagen was eigenlijk bedoeld voor François Cevert, ging hij darna alsmaar sneller in de ‘001’. Uiteindelijk kwam hij tot een tijd van 1’17,8”. Tyrrell maakte vanaf dit seizoen gebruik van de Goodyear banden en dat leek hen geen windeieren te leggen. De wissel was noodzakelijk omdat Dunlop zich had teruggetrokken uit de autosport. Zelfs de Ferrari’s konden de prestatie van de Tyrrells niet evenaren. Clay Regazzoni was meer dan een seconde trager. Erger was dat hij in een ongeval de enige 312B/2 zwaar beschadigde. Daardoor moesten hij de rest van het weekeinde de ‘oude’ 312B gebruiken. Alle drie de coureurs van Ferrari klaagden over trillingen afkomstig van de Firestone banden. Jacky Ickx had bovendien nog af te rekenen met problemen aan zijn versnellingsbak. Daardoor was zijn snelste tijd amper 1’20,1”. Het was Chris Amon die de tijd van Jackie Stewart het dichtst benaderde in zijn Matra MS120B. Hij reed een tijd van 1’18,4”. Dan volgden Clay Regazzoni (1’19,1”), Andretti (1’19,3”) en Ronnie Peterson (1’19,9”) in de March 711.
De progressie van Jackie Stewart kwam op donderdag abrupt tot stilstand toen hij vroeg in de training zijn motor opblies. Desondanks hield zijn toptijd van gisteren moeiteloos stand. Clay Regazzoni was de snelste in deze training met een tijd van 1’18,7”. Mario Andretti volgde kort daarachter met 1’19,0”. Dan volgden Emerson Fittipaldi (1,19,3”), Jackie Stewart (1’19,4”), François Cevert, Pedro Rodriguez, Chris Amon (allen in 1’19,5”) en Jacky Ickx (1’19,7”). De rest van de deelnemers reden een tijd boven de grens van de 1’20”.
Voor de laatste training, op vrijdag, was de Tyrrell van Jackie Stewart uitgerust met de eerste Ford Cosworth motor versie 1971. Eens te meer bleef zijn tijd van woensdag buiten schot. Ook zelf kwam de Schot niet meer aan die tijd. Net als de Schot verbeterden Chris Amon, Clay Regazzoni, Mario Andretti en Emerson Fittipaldi hun tijden niet. Maar hun tijd werd ook niet door andere coureurs geklopt waardoor ze geen plaatsen op de grid verloren en op de eerste twee startrijen mochten blijven staan. John Surtees en Denny Hulme konden hun tijd wel verbeteren en stonden, samen met Jacky Ickx, op de derde startrij.
Op zaterdagmorgen werd er nog een 30 minuten durende , ongetimede, sessie gehouden. François Cevert, in de Tyrrell, blies er zijn motor op en Chris Amon, in de Matra, had een waterlek. Gelukkig leverden hun monteurs knap werk en stonden alle 25 coureurs in de namiddag op de grid om aan het wereldkampioenschap te beginnen. Jackie Stewart en Chris Amon namen een slechte start en werden door meerdere wagens direct gepasseerd. Clay Regazzoni was het beste weg en nam de leiding in handen. Achteraan op de grid had Graham Hill zijn motor laten afslaan. Hij kon aan zijn race pas beginnen als iedereen al lang vertrokken was.
Aan het einde van de eerste ronde reed Clay Regazzoni op kop voor Emerson Fittipaldi, Jacky Ickx, Denny Hulme, Pedro Rodriguez, Mario Andretti en Jackie Stewart. De volgende ronden waren er, zeker in het middenveld, zeer veel positiewissels. Langzaam reden de deelnemers echter wat verder uit elkaar en werd de situatie overzichtelijker. Vooral de opmars van Denny Hulme viel op. In de 2e ronde ging hij voorbij Jacky Ickx en 2 ronden later passeerde hij Emerson Fittipaldi. De Nieuw-Zeelander kan zijn aandacht nu toespitsen op Clay Regazzoni. In de 10e ronde hadden de twee leiders al 5 seconden voorsprong op Pedro Rodriguez en Jackie Stewart. Nog enkele seconden later volgden Mario Andretti, John Surtees, Emerson Fittipaldi, Jacky Ickx, Jo Siffert, Reine Wisell en François Cevert. Al vroeg in de race gaven Alex Soler-Roig, Jo Bonnier en Peter Gethin op.
Het duurde tot de 17e ronde eer Denny Hulme de leiding overnam van Clay Regazzoni. Hij slaagde er wel direct in om de Zwitser op achterstand te rijden. In dezelfde ronde passeerde John Surtees de BRM van Pedro Rodriguez. Hij had daarvoor al, in de 11e ronde, de maat genomen van Mario Andretti en daarna, in de 15e ronde, van Jackie Stewart. Ook Jo Siffert rukte naar voren op. Hij was al voorbij Emerson Fittipaldi, Reine Wisell, François Cevert en Jacky Ickx gegaan. Deze laatste had een langzaam leeglopende band wat in de 19e ronde leidde tot de onvermijdelijke pitstop. Jo Siffert kwam nu korter op Mario Andretti, maar deze ging direct voorbij Jackie Stewart en een ronde later ook voorbij Pedro Rodriguez. Jackie Stewart werd dan voorbij gegaan door Jo Siffert. De twee BRM’s (Rodriguez en Siffert) bleven in de slipstream van de Ferrari van Mario Andretti rijden, al leek die de situatie wel onder controle te hebben. Desondanks was hij opgelucht toen Jo Siffert, in de 31e ronde, de pit inreed met een oververhitte motor. Ook de andere BRM moest het tempo verlagen omdat er een stuk van zijn bodywork was losgekomen. Daardoor kwam de hete lucht, afkomstig van de radiator, recht in zijn cockpit binnen. Deze lucht roosterde niet alleen Pedro Rodriguez, maar ook zijn motor. Twee ronden later gaf de Mexicaan op. Howden Ganley, die zijn debuut maakte in de derde BRM, stopte enkele ronden later omdat hij totaal uitgeput was. De Nieuw-Zeelander probeerde het, na een rustpauze van 20 minuten, nog enkele ronden maar gaf in de 42e ronde definitief op. John Love, Dave Charlton en Jackie Pretorius hadden op dat moment van de race allen al opgegeven zodat er ook geen plaatselijke rijders meer in de wedstrijd waren.

|
n°
6 - Mario Andretti - Ferrari 312B
|
Ongeveer halfweg had Denny Hulme 5 seconden voorsprong op Clay Regazzoni. Maar op de Ferrari waren de trillingen nu zo sterk aanwezig dat de Zwitser het tempo moet laten zakken. In de 37e ronde werd hij gepasseerd door John Surtees en een ronde later door Mario Andretti. Maar toen kreeg ook John Surtees problemen met zijn wagen. De volgende 12 ronden werd John Surtees gepasseerd door Mario Andretti, Clay Regazzoni en Jackie Stewart, voordat hij in de 56e ronde definitief opgaf. Voor de opgave van Surtees crashte François Cevert en beschadigde zijn nieuwe Tyrrell vrij zwaar. In de 58e ronde blies Emerson Fittipaldi zijn motor op, waardoor Graham Hill opschoof naar de zesde plaats. Kort daarna verloor hij echter drie plaatsen omdat zijn achtervleugel was afgebroken en naar de pit moest om deze te laten vervangen.
20 ronden voor het einde had Denny Hulme maar vier seconden voorsprong meer op Mario Andretti. De Ferrari coureur deed er alles aan om Denny Hulme in te halen. Ook voor de derde plaats was het spannend. In de 66e ronde nam Jackie Stewart deze plaats over van Clay Regazzoni. Hij had op dat moment 17 seconden achterstand op Mario Andretti. Maar alle aandacht ging nu naar het leidende duo, zeker toen het verschil geslonken was tot minder dan één seconde. Toch leek Denny Hulme de Ferrari te kunnen afhouden. Toen viel er echter een bout uit zijn achterwielophanging en was zijn McLaren niet meer te besturen. Andretti nam de leiding over en won de race voor Jackie Stewart, Clay Regazzoni, Reine Wisell, Chris Amon en de fel teleurgestelde Denny Hulme.
De stand voor het wereldkampioenschap was uiteraard gelijk aan de uitslag van de race. Mario Andretti had 9 punten voor Jackie Stewart met 6, Clay Regazzoni met 4 en Reine Wisell met 3 punten. Bij de constructeurs had Ferrari 9 punten voor Tyrrell/Ford met 6, Lotus/Ford met 4 en Matra met 3 punten.
|