
|
n°
15 - Pedro Rodriguez - BRP P160 |
Sinds 1955 mochten er tijdens de Grand Prix van Monaco telkens maar 16 wagens de start nemen. Dit jaar werd dat aantal opgetrokken tot 18. Het totaal aantal inschrijvingen bedroeg echter 23 waardoor er tijdens de kwalificatie vijf coureurs moesten afvallen. Wat er ook veranderde, was dat er geen enkele coureur meer een gegarandeerde startplaats meer kreeg. Het was nu dus eigenlijk simpel: de eerste 18 van de kwalificatie zouden mogen starten in de race. De inschrijvingslijst voor deze Grand Prix was op een paar details na dezelfde als de inschrijvingslijst van de Grand Prix van Spanje. De volgende teams waren aanwezig in het Prinsdom: Lotus, Ferrari, Brabham, McLaren, Tyrrell, BRM, March, Matra, Surtees, Frank Williams en Gene Mason Racing, die een privé March 711 inschreef, bestuurd door Skip Barber. Giovanni (Nanni) Galli reed in de March/Alfa Romeo in de plaats van Andrea De Adamich. Het team was Ferrari had nu twee wagens van het type 312B/2 ter beschikking. Eentje voor Jacky Ickx en eentje voor Clay Regazzoni. Bij Lotus was de Lotus 72D een evolutie van de Lotus 72C. De nieuwe wagen had een andere achterwielophanging. Ook bij de meeste andere teams werden er kleine wijzigingen doorgevoerd. Tijdens de ‘International Trophy Race’ had Jackie Stewart een Tyrrell 003 zwaar beschadigd in een crash. De mecaniciens hadden de wagen echter volledig terug opgebouwd. Deze race werd trouwens gewonnen door Graham Hill in een Brabham BT34. Ook Ronnie Peterson crashte daar in de March/Alfa Romeo. Maar ook deze wagen was helemaal terug opgebouwd door de mecaniciens.
De trainingen begonnen op een natte baan terwijl het zeer hard regende op donderdagnamiddag. Rijden was haast onmogelijk, maar toch reden de meeste coureurs enkele rondjes. Chris Amon raapte al zijn moed en kunde tezamen en reed een tijd van 1’48,8, wat gezien de omstandigheden uitzonderlijk snel was. Niemand van de andere coureurs reed trouwens een tijd onder de 1’50”.
Op vrijdag was het nog wel zwaar bewolkt, maar het was tenminste droog. Vanaf de eerste minuut viel er veel actie te beleven op de baan in Monte Carlo. Het was Jackie Stewart die in zijn Tyrrell 003 de snelste tijd liet noteren. Hij evenaarde het ronderecord van Jochen Rindt uit 1970 in 1’23,2”. Dat was meer dan een seconde sneller dan Jacky Ickx die 1’24,4” reed. Jo Siffert en Chris Amon reden 1’24,8” en waren de enige andere coureurs die onder de 1’25” reden. De sessie duurde maar een uur en dat was voor sommige coureurs veel te kort. Mario Andretti kwam in grote problemen toen op zijn Ferrari de distributieriem doorbrak. Daardoor kon hij niet sneller dan 1’29,1” rijden. Alleen Alex Soler-Roig was tijdens deze training nog trager. Nanni Galli had dan weer problemen met de brandstoftoevoer en Skip Barber kon geen enkele ronde rijden omdat zijn team de versnellingsbak verkeerd had gemonteerd. Deze vier, samen met Howden Ganley hoopten dat ze op zaterdag nog een kans zouden krijgen om zich alsnog bij de 18 snelsten te rijden. Helaas regende het op zaterdag opnieuw. De condities waren niet zo slecht als op donderdag, maar ze waren slecht genoeg om te voorkomen dat iemand zijn tijd zou verbeteren. De betekende dat de winnaar van de Grand Prix van Zuid-Afrika niet gekwalificeerd was voor deze race. De snelste in deze omstandigheden was Jo Siffert in een tijd van 1’31,8”. Dit was helemaal op het einde van de training, toen de regen was gestopt en de baan langzaam begon op te drogen.
Ook op zondag was het zwaar bewolkt, maar net als op vrijdag was het droog. Er stonden maar 17 wagens op de grid omdat Clay Regazzoni, net voor de start, problemen kreeg met zijn automatische blusinstallatie die was afgegaan. De start werd gegeven door Louis Chiron, die de race hier 40 jaar geleden had gewonnen. Met nog enkele seconden te gaan voor de start, werd ook Chris Amon naar de zijkant geduwd omdat zijn Matra niet wou starten. Jackie Stewart was het beste weg voor Jacky Ickx. Nog in de eerste ronde nam Jo Siffert echter de tweede plaats al over, nadat hij een prachtige start had gemaakt in zijn BRM. Ondertussen probeerde Amon met al zijn middelen zijn motor te starten. Uiteindelijk lukte hij daar ook in en met een halve ronde achterstand kon ook hij aan zijn race beginnen. Jackie Stewart nam van in de eerste ronde al direct voorsprong op de rest van de deelnemers. Na één ronde volgde Jo Siffert, Jacky Ickx, Pedro Rodriguez, Ronnie Peterson, Denny Hulme, Jean Pierre Beltoise, Graham Hill en Reine Wisell.
In de tweede ronde gebeurde een eerste ongeval. Graham Hill raakte in de binnenkant van de ‘Tabac’ bocht de vangrails. Hij werd naar de andere kant gekatapulteerd en knalde daar de vangrails in. Zijn Brabham BT34 was zeer zwaar beschadigd, maar zelf kwam hij er met de schrik vanaf. Twee ronden later kreeg zijn teamgenoot Tim Schenken ook problemen toen hij, in een poging om François Cevert te ontwijken die zijn motor had laten afslaan, over de curbstone vloog in de ‘Gazworks’ haarspeld. De twee wielen aan de linkerkant van de wagen braken af. Toch kon de Australiër de pit nog bereiken waar men op twee ronden tijd de schade kon herstellen. François Cevert moest korte tijd later de race verlaten, want in de zesde ronde knalde hij in de vangrails toen zijn motor weer was uitgevallen. Ondertussen bleven de posities vooraan praktisch ongewijzigd. Jackie Stewart had nu drie seconden voorsprong op Jo Siffert en Jacky Ickx. Dan volgden Pedro Rodriguez, Ronnie Peterson, Denny Hulme en Jean Pierre Beltoise.
De volgende ronde bleef de voorsprong van Jackie Stewart maar groeien aan een tempo van een halve seconde per ronde. Het was echter Ronnie Peterson die de meeste aandacht van de toeschouwers opeiste. In de 7e ronde was hij eerst voorbij gereden door Denny Hulme, maar de Zweed sloeg onmiddellijk terug. Dan opende hij de aanval op Pedro Rodriguez. Deze hield stand tot de 13e ronde toen hij zijn rempunt miste voor de ‘Gazworks’ haarspeld. Hij raakte de curbtone en kon de pit opzoeken met een lekke band. Ronnie Peterson was nu opgeschoven naar de vierde plaats en reed niet ver achter Jo Siffert en Jacky Ickx. Pedro Rodriguez viel terug tot achter Chris Amon na zijn pitstop. Hij kloeg echter dan zijn BRM zich vreemd gedroeg. Na nog een extra pitstop konden de mecaniciens echter niets vinden en werd hij weer op pad gestuurd.

|
Jackie
Stewart
|
In de 30e ronde had Jackie Stewart al een voorsprong van vijftien seconden bij elkaar gereden. Ronnie Peterson had net Jacky Ickx weten te verschalken en reed nu vlak achter Jo Siffert. Maar de volgende ronde had hij ook Siffert te grazen genomen en reed nu op een tweede plaats. Hij kon beide coureurs achterlaten maar Jackie Stewart inhalen was toch nog iets anders. Halfweg had de Schot nog drie extra seconden voorsprong genomen. Het deelnemersveld lag ver verspreid over de omloop. Jo Siffert reed langzaam weg van Jacky Ickx en Denny Hulme reed op een eenzame vijfde plaats omdat Jean Pierre Beltoise, in de 20e ronde, veel tijd had verloren in de chicane. Er was in het begin nog wel een duel gaande voor de zevende plaats tussen Reine Wisell, Henri Pescarolo, Clay Regazzoni, Rolf Stommelen, Emerson Fittipaldi, John Surtees en Peter Gethin. Maar ook daar werd in gesnoeid toen Reine Wisell, Peter Gethin en Clay Regazzoni uitvielen met allerlei mechanische problemen, Henri Pescarolo dan weer een extra pitstop moest maken door een lekke band en Emerson Fittipaldi, Rolf Stommelen en John Surtees nu een stuk verder uit elkaar reden, was ook hier geen duel meer gaande.
Emerson Fittipaldi kon in de 41e ronde Jean Pierre Beltoise passeren, toen die voor de tweede keer veel tijd verloor in de chicane. De enige andere positiewissels in het tweede deel van de race kwamen er door de opgaves van de twee Matra’s en die van Jo Siffert. Op zijn BRM brak, bij de acceleratie net na de Gasworks haarspeld, een olieleiding af. Dat gebeurde in de 59e ronde. Ondertussen was de voorsprong van Jackie Stewart gegroeid tot 30 seconden en kon hij het voor de rest van de race rustig aan doen. De Schot won met bijna 26 seconden voorsprong op Ronnie Peterson, die hier duidelijk zijn talent had laten zien. Derde werd Jacky Ickx voor Denny Hulme, die de laatste was die in dezelfde ronde als Jackie Stewart finishte. Op de vijfde plaats kwam Emerson Fittipaldi voor Rolf Stommelen.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Jackie Stewart nu 24 punten voor Jacky Ickx met 10, Mario Andretti met 9 en Ronnie Peterson met 6 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford 24 punten voor Ferrari met 19 punten. Op grote achterstand volgden March/Ford en Matra met 6 punten.
|