GRAND PRIX VAN FRANKRIJK 1971

57e Grand Prix de France 

FRA

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Frankrijk 1971 - De eerste rij

Voor de eerste keer werd de Grand Prix van Frankrijk gehouden op het nieuwe circuit van Paul Ricard. Het was gelegen naast het vliegveld van Le Castellet, ongeveer halverwege tussen Marseille en Toulon. In 1970 werd het circuit, dat gefinancierd werd door de heer Paul Ricard, geopend. Het was een eerder saai circuit waar met alle geldende veiligheidsaspecten rekening werd gehouden. Er stonden niet alleen overal vangrails en opvanghekken met draad, ook waren er op vele locaties uitloopstroken voorzien op het 5,810 km lange circuit. De rechte lijn was niet minder dan 1,8 km lang en dat was uiteraard in het voordeel van de wagens met een hoge topsnelheid. De grootste verbetering ten opzichte van andere circuits was echter het enorm grote pitcomplex. Elk team had hier een enorm grote garage ter beschikking, maar ook de perszaal (met airco!) en de restaurants waren van hoge kwaliteit.

De meeste deelnemers kwamen recht van Zandvoort afgezakt naar het Zuiden van Frankrijk. Daardoor vielen er niet veel wijzigingen te noteren in de inschrijvingslijst. De 24 inschrijvingen werden verdeeld over de teams van Lotus, Ferrari, Brabham, McLaren, Tyrrell, BRM, March, Matra, Surtees, Frank Williams en Jo Siffert. Bij Brabham hadden ze nu ook de luchtinlaat boven de motor geïnstalleerd, net als op de McLaren van Denny Hulme. De Tyrrell van Jackie Stewart had een nieuwe, meer aërodynamische neus gekregen. Mario Andretti was afwezig omdat hij in Amerika zich probeerde te kwalificeren voor de 500 mijlsrace van Pocono. Emerson Fittipaldi zat wel terug aan het stuur van de Lotus en ook Andrea de Adamich was terug in de March/Alfa Romeo. Omdat het team van March een tekort had aan Ford-Cosworth motoren, reed ook Ronnie Peterson deze race met een Alfa Romeo motor. De Zweed had trouwens een nieuw chassis ter beschikking. Er waren ook twee debutanten aanwezig in Frankrijk. Het ware de Fransmannen François Mazet en Jean Max, die beiden in een gehuurde March 701 reden.

In totaal konden de coureurs niet minder dan 7 ½ uur trainen. Deze waren verdeeld over drie sessies, eentje op vrijdag en twee op zaterdag. De trainingen werden volkomen gedomineerd door Jackie Stewart die uiteindelijk een tijd van 1’50,71” liet noteren. Niet dat alles zo makkelijk was gegaan want tijdens de eerste training spinde hij van de baan. Hij gleed in de hekken met draad die zijn wagen wel opvingen, maar ook beschadigden. Hij moest voor de rest van de training overstappen in de ‘oude 001’. Door dit ongeval verwijderde het team de schijfremmen vooraan en vervingen ze door conventionele remmen. Stewart kreeg de meeste weerstand van de Ferrari’s van Jacky Ickx en Clay Regazzoni, die zelf een duel op het scherp van de snee uitvochten met de tweede plaats als inzet. Dit duel werd uiteindelijk gewonnen door de Zwitser die een tijd van 1’51,53” liet noteren. Jacky Ickx reed als beste tijd een 1’51,88”. Tijdens de laatste sessie, tijdens zijn laatste rondje, ging Graham Hill rond in 1’52,32”, in de Brabham BT34, wat meteen goed was voor een plaats op de tweede rij. Naast Graham Hill mocht Pedro Rodriguez in de BRM van start gaan, die net iets sneller was dan zijn Zwitserse teamgenoot Jo Siffert. Voor de rest vielen er niet veel verrassingen te noteren. Misschien hadden zowel Denny Hulme als Peter Gethin wel sneller kunnen rijden als ze de training van vrijdag niet hadden moeten missen. Maar hun wagens zaten vast in hun vrachtwagen, die in de buurt van Lyon in panne was gevallen. Nanni Galli zou niet aan de race kunnen deelnemen omdat het team van March geen enkele motor meer ter beschikking had. Tijdens de trainingen reed hij enkele ronden in de wagen van Alex Soler-Roig.

In tegenstelling tot het weer in Nederland, was het hier op zondag gewoonweg schitterend, net als tijdens de vorige trainingsdagen trouwens. Om 15.00 zaten vele toeschouwers op hun puntje van hun stoel te wachten op de start. Normaal gezien zou de start gegeven worden met behulp van lichtsignalen, maar door problemen met die lichtinstallatie tijdens de start van de F3 wedstrijd op zaterdag, werd er beslist om de start dan toch maar op de traditionele manier, met andere woorde met het vallen van de vlag. Jackie Stewart was het snelste weg met in zijn zog de twee Ferrari’s. Heel snel moest Jacky Ickx echter de rol al lossen omdat hij van in het begin al problemen had met zijn motor. Na één ronde was hij al teruggevallen naar de achtste positie achter Jackie Stewart, Clay Regazzoni, Pedro Rodriguez, Jean Pierre Beltoise, Chris Amon, François Cevert en Jo Siffert. Jackie Stewart reed echter veel sneller dan de rest en had al een voorsprong van twee seconden uitgebouwd na één ronde. Het lange rechte stuk was duidelijk in het voordeel van de Tyrrell die schijnbaar zonder moeite veel sneller reed dan de rest van de wagens. Clay Regazzoni reed ook al op een eenzame tweede plaats zeker nadat Pedro Rodriguez, in de vierde ronde, terugviel tot achter de Matra’s van Jean Pierre Beltoise en Chris Amon. Daarachter reden de rest van de deelnemers nog erg kort bij elkaar behalve dan Andrea de Adamich, Jean Max en François Mazet, die al een heel stuk achterop kwamen. Alex Soler-Roig was er al niet meer bij, want in de vierde ronde gaf hij op omdat de brandstofpomp stuk was. Na meer dan een uur was de brandstofpomp vervangen en zou hij trouwens nog één rondje rijden. De volgende die de strijd moest staken was Jacky Ickx, die in de vijfde ronde zijn motor opblies, wat met een grote rookwolk gepaard ging.

Na acht ronden was de voorsprong van Jackie Stewart al gegroeid tot 10 seconden op Clay Regazzoni. Op 16 seconden volgde dan Pedro Rodriguez, die er terug in geslaagd was om Jean Pierre Beltoise en Chris Amon te passeren. Ook François Cevert had de Matra’s al weten te passeren en reed nu op de vierde plaats voor Graham Hill, Jean Pierre Beltoise, Jo Siffert en Chris Amon. In de 13e ronde ging ook Jo Siffert voorbij de Matra en twee ronden later werden de twee Franse wagens gepasseerd door Emerson Fittipaldi, wat niet echt naar de zin was van het Franse publiek, dat teleurgesteld toekeek naar de prestatie van hun wagens. Ondertussen bouwde Jackie Stewart zijn voorsprong rustig verder uit. Na 20 ronden bedroeg deze al 16 seconden. Een ronde later was dat plots al 28 seconden omdat Clay Regazzoni (en Graham Hill) over een olievlek, achtergelaten door de Alfa Romeo motor van Ronnie Peterson, waren gespind en in de hekken waren terechtgekomen. De Ferrari kon niet meer verder want zijn achterwiel was afgebroken terwijl Graham Hill de pit nog kon bereiken met een beschadigd voorwiel. Dat werd vervangen en Hill kon zijn race verder zetten, al was het wel op de 16e plaats. Nog voor dit ongeval had Denny Hulme de race ook al verlaten. In de 28e ronde moest ook de Mexicaan Pedro Rodriguez, die de tweede plaats van Clay Regazzoni had overgenomen, naar de kant omdat de ontsteking stuk was. Daardoor kwam de tweede Tyrrell, die van François Cevert, nu op de tweede plaats. Zijn achterstand op Jackie Stewart was wel al opgelopen tot 40 seconden. De Schot kon het kalmaan doen, maar de Fransman werd onder druk gezet door Jo Siffert, Emerson Fittipaldi en Chris Amon.

Grand Prix van Frankrijk 1971

Jackie Stewart reed de rest van de race eenzaam en alleen op kop, terwijl de meeste aandacht van de toeschouwers uitging naar de gevechten achterin het veld. Tim Schenken, die net als Emerson Fittipaldi een mooie remonte aan het maken was, had in de 25e ronde Jean Pierre Beltoise weten te passeren. In de 37e ronde ging hij ook de tweede Matra, deze van Chris Amon, voorbij. Maar een ronde later hing Tim Schenken, nadat hij gespind was op een olievlek veroorzaakt door zijn teamgenoot Graham Hill, in de hekken. De Australiër kon erg snel terug zijn weg vervolgen, maar was toch terug zijn plaats aan Chris Amon kwijt. Enkele ronden later ging hij trouwens Chris Amon terug voorbij en reed hij op dat moment op de vijfde plaats. Gelukkig konden de toeschouwers zich vermaken aan de duels achter de twee Tyrrells. Het verschil tussen Tim Schenken, Jo Siffert en Emerson Fittipaldi bedroeg niet meer dan enkele seconden. Dan volgde Chris Amon en voor de zevende plaats was er dan weer een hevig duel gaande tussen Jean Pierre Beltoise, John Surtees en Reine Wisell.

In de 48e ronde ging Emerson Fittipaldi voorbij Jo Siffert en in de 50e ronde kon ook Schenken de BRM passeren, maar enkele honderden meters verder stond hij stil omdat de oliedruk was weggevallen. Op hetzelfde moment brak er op de Tyrrell van François Cevert een uitlaatpijp af. De motor maakte nu een hels lawaai en iedereen in het publiek dacht dat hij de eindstreep niet zou halen. Ze moesten zich echter geen zorgen maken want de resterende ronden reed de Tyrrell van de Fransman zorgeloos naar de tweede plaats achter zijn kopman Jackie Stewart. Emerson Fittipaldi kon de derde plaats vasthouden voor Jo Siffert en Chris Amon. De zesde plaats ging naar Reine Wisell, die op het laatste de sterkere was van John Surtees en Jean Pierre Beltoise.

In de stand voor het wereldkampioenschap had Jackie Stewart nu al 33 punten. Tweede stond Jacky Ickx met 19 voor Mario Andretti en Pedro Rodriguez met 9 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford nu 33 punten voor Ferrari met 28, BRM met 12 en March/Ford met 9 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics