GRAND PRIX VAN GROOT-BRITTANNIË 1971

RAC Woolmark British Grand Prix 

GBR

VERSLAG VAN DE RACE

n° 5 - Clay Regazzoni - Ferrari 312B2

Een week na de Grand Prix van Frankrijk verloor de racewereld weer één van haar idolen. De getalenteerde Mexicaan Pedro Rodriguez, kwam om het leven bij een Sport Car race op de Norisring in Duitsland. Maar zoals gewoonlijk in de autosport klonk de spreuk: ‘the show must go on’. Iedereen, zelfs BRM, was paraat op het circuit van Silverstone. Sommige teams hadden een derde wagen ingezet zoals Lotus, McLaren en Surtees. Bij Lotus mocht de Zuid-Afrikaan Dave Charlton het stuur overnemen van de Lotus 72D van Reine Wisell. De Zweed mocht het dan proberen in de 56B, aangedreven door de gasturbine motor. Bij McLaren kwam Jackie Oliver in actie in de M14A als teamgenoot van Denny Hulme en John Surtees. Bij Surtees mocht Derek Bell dan weer plaatsnemen in de reservewagen van het team. Bij March werd Alex Soler-Roig vervangen door Nanni Galli en was er een nieuw team dat een March 711 had gekocht. Het team met de naam ‘Clarke-Mordaunt-Gunthrie Racing’ had als coureur Mike Beuttler aangeworven.

In totaal verschenen er trouwens 24 coureurs voor deze race. Ze waren verdeeld over de teams van Lotus, Ferrari, Brabham, McLaren, Tyrrell, BRM, March, Matra, Surtees, Frank Williams en het nieuwe team Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing.

De trainingen voor de Grand Prix werden verdeeld in vier sessies gespreid over twee dagen. Net als op het circuit van Paul Ricard was Jackie Stewart van in het begin de snelste wagen op de baan. Hij reed al heel vroeg in de training een tijd van minder dan 1’20”. Na het eerste uur was zijn snelste tijd 1’19,4”. Tijdens de tweede training verbeterde hij die tijd nog tot 1’19,0”. De rest van het deelnemersveld beet voorlopig hun tanden nog stuk op de 1’20” grens. Eén uitzondering echter: Emerson Fittipaldi benaderde de tijd van de Schot tot op 0,2 seconden. Veel incidenten vielen er ook niet te noteren op deze eerste dag. Henri Pescarolo was één van de weinige coureurs die van de baan ging, maar gelukkig zonder erg. Uiteraard waren er voor verschillende coureurs wel wat kleinere problemen. Zo hadden de beide Ferrari’s, van Clay Regazzoni en Jacky Ickx, die nu ook luchtinlaten boven de motor hadden en bovendien een nieuwe neus en een soort spatborden net voor de wielen hadden, allerlei kleine technische problemen, waardoor ze geen toptijden konden rijden gedurende deze eerste dag.

Jackie Stewart bleef ook op vrijdag erg snel rijden, maar aan het einde van de voormiddag was het toch Clay Regazzoni die nog net een fractie sneller was dan de Schot. Zijn tijd van 1’18,1” was trouwens goed voor de pole positie omdat in de namiddag Jackie Stewart er wel in slaagde de tijd van de Zwitser te evenaren, maar niet te verbeteren. De grootste sprong voorwaarts maakte Jo Siffert, nadat hij meer dan drie seconden sneller was dan tijdens de voorgaande trainingen. Dat was meteen goed voor derde plaats op de eerste rij. Emerson Fittipaldi was niet tevreden met zijn eindresultaat, want hij had tijdens de laatste training, door problemen met de motor, maar enkele rondjes kunnen rijden. Toch was zijn tijd, 1’18,3” goed voor een plaats op de tweede rij, naast Ronnie Peterson die een tijd van 1’19,0” had gereden. Hij had op zijn March 711 terug een Ford Cosworth motor in plaats van de Alfa Romeo motor. De problemen tijdens deze laatste training waren voor Dave Charlton. Hij kon in de namiddag geen enkele ronde rijden. Graham Hill en Jean Pierre Beltoise bliezen beiden hun motor op. Voor Hill al de tweede keer vandaag en Chris Amon had ene motor die duidelijk niet meer gezond klonk.

Op zaterdagmorgen werd er nog een korte, ongetimede sessie afgewerkt. Niemand van de 24 coureurs had hier problemen zodat iedereen in optimale omstandigheden aan de race kon beginnen. Net na 14.00 uur reden de coureurs nog hun warming-up ronde waar Dave Charlton al duidelijk in de problemen zat. Uit zijn Lotus wagen kwam een onheilspellende rookpluim. Toch stonden alle 24 wagens nog klaar om de start van de race te nemen. Clay Regazzoni was eigenlijk een beetje te vroeg weg, waardoor er wat verwarring ontstond of de race nu gestart was of niet. Tijdens deze verwarring knalde Jackie Oliver achterop de wagen van Graham Hill. Beide wagens waren zo fel beschadigd dat hun race er al op zat voor ze eigenlijk begon. Ondertussen had Clay Regazzoni de leiding van de race in handen voor zijn teamgenoot Jacky Ickx. In de tweede ronde gingen Jackie Stewart en Jo Siffert allebei al voorbij Jacky Ickx en nog eens twee ronden later nam Jackie Stewart de leiding van de race over. Minder dan een ronde later slaagde ook Jo Siffert er in om de Zwitser te passeren. Achter Jacky Ickx was de stand dan: Ronnie Peterson, Tim Schenken, Denny Hulme, Howden Ganley, Peter Gethin en Emerson Fittipaldi op de tiende plaats. De motor van Dave Charton had het net één ronde uitgehouden voordat de Zuid-Afrikaan moest opgeven in deze race.

Al snel werd duidelijk dat Jackie Stewart weer een klasse te sterk was. Het enige waar de toeschouwers zich konden aan opwarmen, was de opmars van Emerson Fittipaldi. In de vijfde ronde had hij Peter Gethin gepasseerd, in de zesde Howden Ganley, in de tiende ronde Denny Hulme en in de dertiende ronde Tim Schenken. Hij opende nu de aanval op Ronnie Peterson. Ondertussen had Jo Siffert zijn tempo moeten verlagen doordat hij last had van trillingen op zijn wagen, veroorzaakt door de banden. Clay Regazzoni kon daarvan gebruik maken om de tweede plaats terug over te nemen. Er waren echter ook nog andere coureurs die problemen kenden. Op het einde van de 18e ronde reed Peter Gethin de pit in omdat hij last had van overstuur. Net na hem stopte ook Andrea De Adamich omdat hij problemen had met het gaspedaal. Twee ronden later reed ook François Cevert de pit in omdat er een lek was in een waterleiding. Korte tijd later gaven Mike Beuttler en Derek Bell beiden op in deze race: Derek Bell met een gebroken ophanging en Mike Beuttler door problemen met de oliedruk. Ondertussen had Jackie Stewart, na 30 ronden, al 17 seconden voorsprong op Clay Regazzoni en Jo Siffert. Jacky Ickx reed nog steeds op de vierde plaats, nog eens 8 seconden verderop. Hij werd van nabij gevolgd door Emerson Fittipaldi, Ronnie Peterson, Tim Schenken en Denny Hulme. 

n° 12 - Jackie Stewart - Tyrrell 003

Net halfweg moest Denny Hulme de race verlaten toen zijn motor er in ‘Becketts’ plots mee ophield. Drie ronden later moest zijn landgenoot Chris Amon, met net hetzelfde probleem , zijn Matra aan de zijkant plaatsen. Jo Siffert kreeg nu ook problemen met zijn motor en verloor het contact met Clay Regazzoni. Siffert moest in de pit binnenkomen om de noodzakelijke herstellingswerken te laten uitvoeren. Vooraan bleef Stewart echter de race domineren. Jacky Ickx moest de pit opzoeken met een lekke band en verloor daar erg vele tijd. Daardoor was Ronnie Peterson nu opgeschoven naar de derde plaats omdat hij Emerson Fittipaldi in de 34e ronde had weten te passeren. Ook Tim Schenken was de Braziliaan voorbij gegaan, vooral omdat de Lotus telkens uit zijn vierde versnelling sprong. Maar na 48 ronden moest ook Clay Regazzoni naar de pit. Hij gaf op door problemen met de oliedruk. In de volgende ronde moest Howden Ganley, die in zijn BRM nu al opgeschoven was naar de vijfde plaats, met een lekke band de pit opzoeken. Niet veel later kreeg Jacky Ickx problemen met zijn motor. In de 51e ronde vond hij het genoeg geweest en stopte in de pit. Tot slot eindigde Peter Gethin zijn race in de 54e ronde nadat hij zijn motor opblies.

Vijf ronden voor het einde leek alles beslist. Jackie Stewart had meer dan een halve minuut voorsprong op Ronnie Peterson. Op de derde plaats reed Tim Schenken die Emerson Fittipaldi had weten af te schudden. De enige strijd die er nog te zien was, was deze tussen Henri Pescarolo en Rolf Stommelen. De inzet van dit duel was de vijfde plaats. Maar, net voor het einde van de 64e ronde, begaf de aandrijving het van de Brabham van Tim Schenken. Hij moest zijn wagen achterlaten op het circuit waardoor iedereen die achter hem reed automatisch een plaatje opschoof. Geen vijf minuten later reed Jackie Stewart als winnaar over de eindstreep. Het was al zijn vierde Grand Prix zege dit seizoen. De weg naar de wereldtitel lag wagenwijd open! 

In de stand voor het wereldkampioenschap had Jackie Stewart nu al 42 punten. De ‘tegenstand’ bestond uit Jacky Ickx met 19, Ronnie Peterson met 15 en Emerson Fittipaldi met 10 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford nu 42 punten voor Ferrari met 28, March/Ford met 15 en Lotus/Ford met 13 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics