
|
Grand
Prix van Duitsland 1971 - De start |
Vorig seizoen werd, uit veiligheidsoverwegingen, de Grand Prix van Duitsland georganiseerd op het circuit van de Hockenheimring. Maar op de Nürburgring had men ondertussen niet stilgezeten. Er waren nu in vele bochten uitloopstroken voorzien, al hadden ze daar wel wat bomen voor moeten kappen. Ook stonden er nu vangrails en opvanghekken met draad om de wagens eventueel op te vangen indien ze uit de bocht zouden vliegen. Ook werden de natuurlijke aarden muren weggegraven zodat de coureurs een beter overzicht hadden op het circuit. Aan de lay-out van de baan werd er niets veranderd, al had het circuit wel een nieuwe asfaltlaag gekregen, waardoor de baan nu minder hobbelig was.
De racelicentie van Jean Pierre Beltoise was terug ingetrokken na dat bewuste ongeval met Ignazio Giunti in Argentinië. Bij Matra had men nog geen vervanger aangetrokken waardoor Chris Amon de enige coureur was voor het Franse team. De teams van Lotus, McLaren en Surtees waren terug maar met twee wagens aanwezig nadat ze er in Silverstone elk nog drie hadden. Bij BRM kreeg Vic Elford echter de kans om zich te bewijzen in een derde wagen en bij Ferrari reed Mario Andretti nog eens een keertje mee nadat hij de Grand Prix van Frankrijk en Groot-Brittannië had moeten missen door zijn Amerikaanse verplichtingen. Jo Bonnier was met zijn eigen team en wagen (een McLaren M7C) nog een keertje aanwezig, waardoor het totaal aantal coureurs voor deze Grand Prix op 23 kwam. Deze waren verdeeld over de teams die elke race aanwezig waren met name: Tyrrell, Ferrari, Surtees, Lotus, Matra, March, McLaren, BRM, Brabham, Williams, Bonnier en weer het team van Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing, dat opnieuw Mike Beuttler had als coureur.
De eerste training van anderhalf uur werd volkomen gedomineerd door Jackie Stewart. Hij reed niet alleen een nieuw record in 7’21,9”, maar was bovendien de enge coureur die onder de grens van de 7’30” dook, behalve dan Jo Siffert die een opmerkzame 7’22,4” reed in zijn BRM. Bij de andere 21 coureurs reed Reine Wisell terug in de Lotus 72D na de povers prestatie van de ‘56B ‘ tijdens de Grand Prix van Groot-Brittannië. Bij het team van March had de wagen van Nanni Galli enkele aanpassingen ondergaan zodat hij nu kon uitgerust worden met de Alfa Romeo motor. Helaas begaf deze motor het in zijn eerste rondje net als de Ford Cosworth motor op de wagen van Rolf Stommelen. Ook Mike Beuttler stond de meeste tijd van de training in de pit als toeschouwer. Maar hij was zelf de schuldige, want hij was in de vangrails geschoven met zijn March 711. De training van Howden Ganley eindigde dan weer toen de versnellingsbak op zijn BRM het begaf. Door al deze problemen misten de twee March wagens ook de training in de namiddag net als Howden Ganley. Rolf Stommelen kon gebruik maken van de reservewagen van zijn team Surtees. Maar ook in deze training was Jackie Stewart onaantastbaar. Hij verbeterde zijn tijd tot 7’19,0”. Ook nu slaagde er maar drie coureurs in van onder de 7’30” te rijden. Jacky Ickx reed 7’22,9, François Cevert 7’24,0” en Clay Regazzoni 7’27,6”. De Zwitser reed zijn beste tijd in zijn reservewagen nadat hij zijn racewagen had beschadigd na een ‘vlucht’ over de hobbel bij ‘Pflanzgarten’. In de namiddag nam de Oostenrijker Dr. Helmut Marko het stuur over van Jo Bonnier. In zijn eerste rondje viel hij echter al zonder benzine. Ontgoocheld gaf hij er dan ook de brui aan.
Tijdens de laatste training, op zaterdag, kregen de coureurs nog twee uur de tijd om zich op een goede plaats te klasseren voor de start. Jacky Ickx was tijdens deze training de snelste. Hij kwam echter 0,2” te kort om de pole positie van Jackie Stewart over te nemen. Jackie Stewart kwam die zaterdag niet verder dan 7’22,0. Dan volgde Clay Regazzoni met 7’22,7” en mocht door deze tijd aan de zijde van Jo Siffert op de tweede rij starten. François Cevert verbeterde ook zijn tijd van vrijdag door 7’23,4” te rijden en kreeg op de derde rij het gezelschap van Denny Hulme, die 7’26,0” liet noteren. Jo Siffert, Ronnie Peterson, Emerson Fittipaldi en Tim Schenken reden ook allemaal nog sneller dan 7’30”. De enige coureur die zich niet kon kwalificeren, was Jo Bonnier die niet sneller dan 8’17,0” kon rijden. Dr. Helmut Marko probeerde het vandaag niet eens meer omdat hij gedegouteerd was door de houding van het team gisteren.
Niet minder dan 300.000 toeschouwers waren aanwezig op de racedag om naar de race te kijken. Om 13.00 uur werd de start gegeven voor de race die ‘amper’ 12 ronden zou duren. Graham Hill en Reine Wisell hadden net voor de start af te rekenen met enkele problemen. Hill had problemen met het gaspedaal en Wisell had bijna geen benzinedruk op zijn Lotus. Daardoor vertrokken er ook maar 20 wagens en nam Jacky Ickx de leiding van de race in handen net voor Jackie Stewart. Voor de wagens uit het zicht verdwenen, aan de achterzijde van de pits, had de Tyrrell van de Schot de leiding echter al overgenomen. Na dit duo reed Clay Regazzoni op de derde plaats voor Denny Hulme, Jo Siffert, Ronnie Peterson, François Cevert en de rest van het deelnemersveld. Ondertussen was Reine Wisell ook vertrokken. Voordat Graham Hill ook aan zijn race zou beginnen, waren er echter al meer dan drie minuten verstreken. De kansen op een goede eindklassering waren dus al vergeven nog voordat hij aan de race was begonnen.
Op het einde van de eerste ronde had Jackie Stewart drie seconden voorsprong op Jacky Ickx en Clay Regazzoni. Daardoor was de hoop op een spannende race al een beetje vervlogen. In de tweede ronde was deze hoop voor Jacky Ickx zelfs voorbij, want hij vloog van de baan in Wippermann. In een poging hem te ontwijken, vloog ook Clay Regazzoni van de baan. Deze laatste kon zijn race wel verder zetten, maar had in dit avontuur wel zijn uitlaat beschadigd. Jacky Ickx had zijn Ferrari aan de achterzijde zwaar beschadigd toen hij de vangrails raakte en moest uiteraard ter plaatse opgeven. Ondertussen had Jackie Stewart zijn voorsprong natuurlijk verder uitgebreid. Na de tweede ronde bedroeg deze al 16 seconden op Jo Siffert, de enige coureur die Regazzoni had gepasseerd tijdens zijn uitstapje. Ronnie Peterson reed op de vierde plaats. Hij had, net als Jo Siffert, Denny Hulme weten te passeren in de eerste ronde. Ondertussen was de McLaren verder teruggevallen tot achter Mario Andretti en François Cevert. Deze laatste twee vochtten trouwens een duel uit op het scherp van de snee. De reden dat Denny Hulme terugviel was, dat er benzine uit zijn brandstoftank in de cockpit lekte. Hij maakte een pitstop, maar gaf een ronde later op. Op dat moment had ook Howden Ganley de race al verlaten met een motorprobleem en Mike Beuttler werd gediskwalificeerd nadat hij de pit langs de verkeerde kant was ingereden, omdat hij net na de ingang van de pit was lek gereden. Niet lang daarna kregen ze trouwens het gezelschap van Andrea de Adamich, al reed die op dat moment al meer dan twee ronden achter de leiders, door problemen met de brandstofpomp op zijn March-Alfa Romeo.

|
n°
24 - Graham Hill - Brabham BT34
|
Na vijf ronden had Jackie Stewart al meer dan een halve minuut voorsprong op Clay Regazzoni die de tweede plaats terug had overgenomen. Jo Siffert, die problemen had met zijn motor, was ondertussen teruggevallen naar de vierde plats, want hij was ook teruggevallen achter François Cevert. De jonge Fransman reed een knappe race, want in de derde ronde had hij Mario Andretti weten te verschalken in de South Curve. Een ronde later herhaalde hij dat manoeuvre met Ronnie Peterson. Bovendien kwam hij nog korter op Clay Regazzoni. Verder naar achteren in het veld maakte ook Henri Pescarolo een goede beurt. Helaas moest hij dan de pit opzoeken omdat er iets was afgebroken aan zijn wagen en hij daardoor ‘handling’ problemen had. Bij controle bleek zelfs dat de ophanging aan het loskomen was en voordat hij weer in de North Curve was aangekomen, moest de Fransman de race verlaten. Peter Gethin verdween ook in de zesde ronde uit de wedstrijd nadat hij van de baan spinde en daarbij zijn achterwielophanging beschadigde. Chris Amon, de enige Matra coureur in deze race, raakte de vangrails eveneens. Hij kon nog wel naar de pit kruipen, maar moest toch de race daar verlaten. Voor dat hij in de pit stond werd, Jo Siffert gediskwalificeerd omdat ook hij langs de verkeerde kant in de pit as gereden. Niet dat de Zwitser daar iets me inzat, want zijn motor had immers juist de geest gegeven. Ook Emerson Fittipaldi en Nanni Galli hadden problemen en stonden beiden in de pit. De Lotus had een olielek, wat tot zijn opgave zou leiden terwijl de March zijn achtervleugel had verloren.
Op het einde van de zevende ronde reden de Tyrrells op de eerste twee plaatsen. Jackie Stewart kon het ondertussen al erg rustig aan doen, maar dat was niet het geval voor zijn teamgenoot omdat hij nog steeds stevige concurrentie kreeg van Clay Regazzoni, die hij net was voorbij gegaan. Langzaam maar zeker reed de Fransman echter weg van de Zwitser. Hij reed trouwens een nieuwe ronderecord met een tijd van 7’20,1” in de 10e ronde. Aan de streep had François Cevert iets meer dan 7 seconden voorsprong op Clay Regazzoni. Ondertussen was Jackie Stewart al meer dan een halve minuut geleden over de eindstreep als winnaar gereden. Mario Andretti werd vierde, met een achterstand van meer dan twee minuten. Ronnie Peterson, die in de negende ronde nog een pitstop had gemaakt, werd vijfde voor Tim Schenken, die hier zijn eerste WK punt bemachtigde.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Jackie Stewart nu al 51 punten en de wereldtitel lag voor het grijpen. Op de tweede plaats stond Jacky Ickx met 19 punten voor Ronnie Peterson met 17 en Mario Andretti met 12 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford nu ook al 51 punten voor Ferrari met 32, March/Ford met 17 en Lotus/Ford met 13 punten.
|