
|
Grand
Prix van Oostenrijk 1971 - de start |
In totaal schreven er zich 22 coureurs in voor de Grand Prix van Oostenrijk. Deze waren verdeeld over de teams van Lotus, Ferrari, Brabham, McLaren, Tyrrell, BRM, March, Surtees en de privé-teams van Frank Williams, Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing, Ecurie Bonnier.
Het leek eigenlijk onwaarschijnlijk dat een jaar geleden van de Tyrrell wagens nog geen sprake was. En nu domineerden ze volkomen het seizoen in hun donkerblauwe bolides. De titel bij de coureurs was zo goed als binnen, net als de titel bij de constructeurs. Jackie Stewart had 51 punten. Dat waren er 32 meer dan Jacky Ickx, die tweede in de stand was. Voor deze race experimenteerde Tyrrell met en langere wielbasis. Op de Brabham BT33 van Tim Schenken had zijn team nu een nieuwe Tyrrell-achtige neus gemonteerd. Voor de rest waren alle wagens gelijk aan de Grand Prix van Duitsland. Omdat Peter Gethin ontslagen was bij McLaren, reed hij nu voor BRM, dat nu vier wagens aan de start bracht. De vierde wagen werd bestuurd door Dr.Helmut Marko. Een andere Oostenrijker, Niki Lauda, maakte hier zijn Grand Prix debuut in een gehuurde March. En waren ook enkele afwezigen in Oostenrijk. Mario Andretti en Andrea de Adamich waren niet aanwezig, net als het volledige team van Matra. Deze trokken zich tijdelijk terug na hun motorproblemen op de Nürburgring.
De training verliep volgens het gekende stramien. Het was namelijk Jackie Stewart die direct de leiding nam. Deze training, die drie uur duurde, zag de Tyrrell coureur die telkens weer sneller over de baan reed. Zijn beste tijd werd uiteindelijk 1’37,65”. Dat was 0,62” sneller dan Jacky Ickx en Clay Regazzoni, die exact dezelfde tijd reden. Op vrijdagnamiddag werd de progressie van Jackie Stewart gestopt door een blokkerend gaspedaal en het warme weer. Doordat Rolf Stommelen bovendien nog een oliespoor achterliet, werd het rijden van snelle tijden ook voor de andere coureurs bemoeilijkt. Er slaagden dan ook maar een handvol coureurs in om hun tijd van donderdag te verbeteren. Onder hen bevonden zich Graham Hill (1’39,55”) en Tim Schenken (1’38,90”). De ganse dag had Jack Brabham problemen met de aandrijving van zijn BT34. Ondanks de problemen van Jackie Stewart (1’38,50”), reed enkel Emerson Fittipaldi (1’38,41”) vandaag sneller dan de Schot. Dan volgde Jacky Ickx met 1’38,87”. De Belg reed in de reserve Ferrari voordat een olieleiding afbrak en een einde aan zijn training maakte. Ondertussen had het team van March problemen met hun motor. Deze van Ronnie Peterson bleef maar sputteren, net als de ganse donderdag. Nanni Galli bleef de ganse dag aan de zijkant staan, nadat zijn motor, na een probleem op donderdag, niet wou starten nadat er een nieuwe was geïnstalleerd. Ook bij Niki Lauda begaf op donderdag de motor het. Henri Pescarolo en Jackie Oliver hadden nog helemaal niet gereden omdat de vrachtwagen van het team van Frank Williams, onderweg naar het circuit, in panne stond. Ook voor Jackie Oliver waren er problemen omdat er noodzakelijke reserveonderdelen nog niet op het circuit aangekomen waren.
Op zaterdag hadden Henri Pescarolo en Jackie Oliver eindelijk hun wagens. Bij March hadden ze een pak nachtwerk achter de rug doordat ze enkele motoren moesten wisselen. Maar alle 22 coureurs waren deze keer paraat om het gevecht voor de pole positie aan te gaan. Voor Jackie Oliver zat de training er echter al snel weer op nadat hij helemaal in het begin van de training met zijn wagen crashte. Zijn remmen hadden het begeven op een snel gedeelte van het circuit. Ook voor Niki Lauda was de training al snel gedaan toen er een olieleiding afbrak. Er waren echter nog verschillende andere coureurs die problemen ondervonden tijdens de training. Jackie Stewart had wederom problemen op zijn Tyrrell 003, die terug met een normale wielbasis rondreed. Deze keer was het de versnellingsbak die niet goed werkte. Eens de mecaniciens het probleem hadden opgelost, reed hij een tijd van 1’37,88”. De verrassing kwam echter van Jo Siffert die de pole positie reed in een fantastische 1’37,44”. Op de tweede rij mochten François Cevert en Clay Regazzoni plaatsnemen. In totaal reden er niet minder dan 17 coureurs sneller dan het bestaande ronderecord van 1’40,4”, gereden in de race van 1970.
Toen de wagens zich klaarmaakten op de grid, was Jo Bonnier er niet bij. Er was een lek geslagen in zijn brandstoftank en de tijd om dit te herstellen was te kort. De Zweed werd zo toeschouwer voor deze race. Toen de start eindelijk werd gegeven, bleef Mike Beuttler stilstaan op zijn startplaats. De motor van zijn March wou niet starten. Jo Siffert maakte de beste start en reed als leider over de streep na één ronde. Net achter hem volgden Jackie Stewart, Clay Regazzoni, François Cevert, Jacky Ickx, Tim Schenken, Emerson Fittipaldi, Reine Wisell en Ronnie Peterson.
Tijdens de volgende vijf ronden bleef het gat tussen de BRM en de Tyrrell ongeveer constant. De rest van de deelnemers moesten al wel enige ruimte laten. Clay Regazzoni stond onder druk van François Cevert en in de vijfde ronde wisselden beiden van plaats. Een ronde later had de Zwitser echter terug de derde plaats in handen. Maar de Fransman sloeg in de achtste ronde weer toe. Deze keer had hij meer geluk omdat Clay Regazzoni in de negende ronde de pits moest opzoeken met een probleem aan de motor. Om het erger te maken voor het Italiaanse team viel Jacky Ickx terug omdat er ook aan zijn motor een probleem was. Hij was nu al teruggevallen tot de elfde plaats. De eerste opgever in de race was echter Denny Hulme die, ook al door zijn motor, de race moest verlaten in de vijfde ronde. Kort daarna gaf ook John Surtees op met net hetzelfde probleem. Ook Howden Ganley moest de strijd staken in het begin van de race, al was het wel met ontstekingsproblemen. Ondertussen slaagde Jo Siffert er in om Jackie Stewart af te schudden. In de 20e ronde had de BRM coureur al 6 seconden voorsprong. François Cevert reed nu op een veilige derde plaats, al reed hij op dit moment zelfs sneller dan Jackie Stewart. Zes seconden achter de Fransman reed Emerson Fittipaldi. Ondertussen had Niki Lauda de race verlaten omdat zijn March onbestuurlijk was. Voor de rest gebeurde er niets meer tot de 23e ronde toen François Cevert de koof met Jackie Stewart had dicht gereden. De Schot deed teken aan de Fransman dat hij hem kon passeren. Het was duidelijk dat de Schot problemen had met zijn Tyrrell. Het was vooral een verkeerde bandenkeuze die hem parten speelde. Enkele ronden later verloor hij het contact met zijn teamgenoot. Maar het zou nog erger worden voor hem! In de 35e ronde brak de aandrijfas op zijn wagen af. Zijn achterwiel brak af en de nieuwe wereldkampioen beëindigde zijn race aan de zijkant van de baan. Hij was de nieuwe wereldkampioen omdat Jacky Ickx, de enige coureur die hem nog kon bedreigen in de stand, net daarvoor de race verlaten had omdat de problemen met zijn motor onoverkomelijk waren geworden. Ronnie Peterson, die nu op een negende plaats reed, kreeg ook ‘handling’ problemen op zijn March.

|
n°
17 - Ronnie Peterson - March 711
|
Bijna gelijktijdig met de opgave van Jackie Stewart kreeg François Cevert problemen met de versnellingsbak. Jo Siffert reed nu eenzaam en alleen aan de leiding van de race. De BRM had na 41 ronden meer dan 25 seconden voorsprong op de gehavende Tyrrell. Dan volgde Emerson Fittipaldi met net achter hem Tim Schenken. Een ronde later nam de Lotus de tweede plaats van de Tyrrell over. Voor het einde van de ronde ging ook Tim Schenken voorbij François Cevert, die minder dan een ronde later zijn motor opblies omdat de pook uit zijn versnelling was geschoten en de motor erg hoog in de toeren was gegaan. De race leek beslist want iedere coureur reed nu veilig op zijn eigen plaats rond. Toch had Jo Siffert nog een probleem met zijn linker achterwiel dat volledig versleten was. Zijn voorsprong van 27 seconden liep terug tot 10 seconden op twee ronden voor het einde. Ondanks de problemen kon Jo Siffert zijn BRM als winnaar over de streep sturen. Op de tweede plaats, op minder dan 5 seconden, werd Emerson Fittipaldi voor Tim Schenken, Reine Wisell, Graham Hill en Henri Pescarolo.
De stand in het wereldkampioenschap na deze race was: Jackie Stewart met 51 punten, Jacky Ickx met 19, Ronnie Peterson met 17 en Emerson Fittipaldi met 16 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford 51 punten voor Ferrari met 32 punten, BRM met 21 punten en Lotus/Ford met 19 punten.
|