GRAND PRIX VAN ITALIË 1971

42o Gran Premio d'Italia 

ITA

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Italië 1971

De slipstreamgevechten

Voor de race in Italië kwamen er 24 coureurs opdagen. Ze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, Ferrari, Lotus (World Wide Racing), Surtees, Brabham, Matra, McLaren, March, BRM, Bellasi en de privé-teams van Jo Bonnier, Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing en Frank Williams.

Het Gold Leaf Team Lotus was deze Grand Prix niet aanwezig. Zo omzeilden ze eventuele problemen met het Italiaanse gerecht die nog steeds aan het onderzoeken waren hoe het kwam dat Jochen Rindt hier verleden jaar verongelukt was. Toch was er één Lotus aanwezig, deze van Emerson Fittipaldi, die met de Lotus 56B, aangedreven door de gasturbine motor en ingeschreven door het team ‘World Wide Racing’. Voor het team van McLaren was er ook maar één coureur aanwezig, namelijk Denny Hulme. Het team had er de voorkeur aan gegeven te gaan racen in Amerika bij de 500 mijl van Californië. En alsof dit nog niet genoeg was, kwam ook het team van Matra maar met één wagen opdagen, al waren ze er vorige race zelfs helemaal niet bij. Vermits Jean Pierre Beltoise nog steeds geschorst was, kwam de eer toe aan Chris Amon om hun MS120B, die nu een verbeterde motor had, te besturen. Bij het team van Surtees was er een derde wagen voor Mike Hailwood, die hiermee een eerste keer sinds 1965 aan een Grand Prix deelnam. De nieuws Surtees TS9A werd bestuurd door ‘Big John’ himself.

Op vrijdagnamiddag, toen de training begon, was het warm er droog. Alle teams experimenteerden er op los om toch maar met zo weinig mogelijk weerstand te rijden. De vleugels stonden dan ook erg laag opgesteld. Het doel was simpel: met een zo hoog mogelijke snelheid over het rechte stuk rijden, zodat je daar uit de slipstream van je voorganger kon komen. Het fabrieksteam van March had hun voorvleugel zelfs helemaal verwijderd en dat al van in het begin van de trainingen. Bij Tyrrell had men weer de wagen met de grotere wielbasis voorzien voor Jackie Stewart. Na enkele testen tijdens de vorige Grand Prix, had het team de wagen vooral aan de achterzijde aangepast en stond er bovenop de motor nu een nieuw motordeksel. Er werd een nieuwe radiator aan de achterzijde gemonteerd. Deze werd wel al verwijderd nog voor de officiële trainingen begonnen omdat er oververhittingsproblemen voor de motor ontstonden. Ook op de wagen van François Cevert had men een kleinere achtervleugel gemonteerd en het was de Fransman die in eerste instantie de snelste tijden liet noteren. Voor het einde van de eerste sessie (die in twee delen werd verreden) reed François Cevert een tijd van 1’23,41”. Op de tweede plaats stond zijn teamgenoot Jackie Stewart. Hij had exact 1/5 van een seconde achterstand. Maar het laatste woord had Jo Siffert in zijn BRM. Hij reed een ronde in 1’23,27” toen het al wat koeler werd. Ronnie Peterson eindigde tussen de twee Tyrrells met een tijd van 1’23,46”. Net toen de training er op zat, crashte Rolf Stommelen zwaar in zijn Surtees, nadat er een achterband was ontploft. Hij werd veroordeeld tot de rol van toeschouwer voor de rest van het weekeinde. Delen van zijn wagen werden gebruikt om de nieuwe Surtees TS9A terug aan te passen aan de normale specificaties, omdat de lay-out waar de radiator aan de zijkant zat, niet erg succesvol bleek te zijn.

Op zaterdag was het warmer dan de dag voordien. Het was ook pas in de late namiddag, toen de temperatuur al een beetje was gedaald, dat de kansen op het rijden van snelle ronden groter werd. Het was Jo Siffert die plots 1’23,03” reed. Maar Chris Amon en Jacky Ickx hielpen elkaar een beetje door gebruik te maken van elkaars slipstream. De Nieuw-Zeelander kwam uit op een tijd van 1’22,40”, wat meteen goed was voor de pole positie, terwijl Jacky Ickx 1’22,82” reed. De Belg had enkele testen uitgevoerd met zowel de Firestone banden als de Goodyear banden. Daardoor viel Jo Siffert terug naar de tweede rij. Dan volgden er een heel pak rijders die een tijd in de 1’23” lieten noteren. Onder hen de nieuwe wereldkampioen Jackie Stewart, die gedurende deze training problemen had met zijn versnellingsbak en daardoor maar pas op de vierde rij kon vertrekken.

Op zondagmorgen was er nog een korte, ongetimede, sessie. Graham Hill had problemen met zijn versnellingsbak, op de wagen van Emerson Fittipaldi braken niet minder dan drie remschijven af en Mike Hailwood had problemen met zijn motor. Gelukkig begon de race pas om 15.30 uur zodat de mecaniciens van de desbetreffende teams nog tijd hadden om de herstellingen uit te voeren. Alle 23 wagens stonden inderdaad op de grid. Jacky Ickx had toch voor de Firestone banden gekozen, ondanks het feit dat hij tijdens de trainingen sneller was op de Goodyear banden. Het was echter Clay Regazzoni, die van op de vierde rij, naar de leiding schoot. Drie ronden lang kon de Ferrari de leiding vasthouden. Ondertussen wisselden achter hen de posities meermaals per ronde. In de vierde ronde gebeurde dat ook met de leiding van de race toen Ronnie Peterson Clay Regazzoni kon passeren. Voor het einde van de ronde gingen ook Jackie Stewart en Jo Siffert nog voorbij de Zwitser. Achter deze vier kwamen Jacky Ickx, Howden Ganley, François Cevert en Peter Gethin. Het verschil tussen de plaats één en acht bedroeg amper één seconde! Voor sommige coureurs zat de race er echter al op. John Surtees blies in de vierde ronde zijn motor op en de BRM van Helmut Marko was ergens op het circuit stil gevallen. Niet lang daarna gaf Tim Schenken in de pit op. Zijn achterwielophanging was afgebroken. In dezelfde ronde moest ook Silvio Moser in de Bellasi opgeven. Zijn eerste optreden van het seizoen werd geen succes.

Na 10 ronden was de situatie vooraan nog steeds erg spannend. Elke ronde wisselde de posities. Ronnie Peterson reed de meeste ronden aan de leiding, maar ook Jackie Stewart en Clay Regazzoni reden af en toe aan de leiding van de race. François Cevert, Jo Siffert, Jacky Ickx, Howden Ganley en Peter Gethin beperkten zich tot volgen. Kort daarachter kwamen Chris Amon, Mike Hailwood en de rest van het veld. In de 16e ronde vielen de eerste grote veranderingen te noteren. Plots stonden zowel Jacky Ickx als Jackie Stewart aan de kant van de baan met een kapotte motor. Twee ronden later viel ook Clay Regazzoni uit met hetzelfde euvel. Het Italiaanse publiek liet zijn ongenoegen toen duidelijk horen. Ondertussen waren ze wel getuige van een memorabele race! Vooraan knokten Ronnie Peterson, François Cevert en Mike Hailwood om de leiderspositie. De voormalige wereldkampioen bij de motoren, reed een fantastische wedstrijd bij zijn comeback in de Formule 1. Ondertussen waren Jo Siffert en Howden Ganley teruggevallen. Ze moesten hun tempo wat minderen omdat hun motor problemen kreeg met de hoge temperatuur. Chris Amon reed nu vlak achter hen. Dan volgden Peter Gethin en Jackie Oliver, die in een duel voor de zevende plaats waren verwikkeld. In de 25e ronde ging Mike Hailwood naar de leiding, maar van achteruit kwam ook Jo Siffert terug opzetten. In de 28e ronde nam de Zwitser het commando van de race over. Helaas voor hem was zijn geluk van korte duur want in de 31e ronde bleef zijn wagen vastzitten in de vierde versnelling. Voor het einde van de ronde was hij al teruggezakt tot de zesde plaats.

n° 18 - Peter Gethin - BRM P160

Chris Amon, die problemen had met zijn linker voorwiel, ging toch op jacht naar de koppositie. In de 37e ronde ging hij voorbij het koptrio Ronnie Peterson, François Cevert en Mike Hailwood. De Nieuw-Zeelander was niet van plan, om de leiding af te geven en verdedigde zijn positie tot het uiterste. Maar in de 48e ronde, toen hij één van zijn vizieren wou verwijderen, had hij even geen oog voor de tegenstand, die dat genadeloos uitbuitte. Zowel Ronnie Peterson, François Cevert, Mike Hailwood, Howden Ganley als Peter Gethin passeerden hem in een flits. Het leidende vijftal wisselde nog steeds meermaals per ronde van positie terwijl Chris Amon de aansluiting niet kon behouden. Plots leken de beste papieren voor Peter Gethin te zijn want in de 50e ronde passeerde hij eerst zijn teamgenoot Howden Ganley, dan François Cevert. In de 52e ronde ging hij dan ook nog voorbij Mike Hailwood en Ronnie Peterson. Met nog drie ronden te rijden had hij nu de leiding van deze merkwaardige race in handen. Bij het ingaan van de laatste bocht, de Parabolica, konden alle vijf deze coureurs de race nog winnen. François Cevert kwam als eerste naar de bocht toe. Hij remde erg laat, maar ging dan te wijd door de bocht. In een flits schoten Ronnie Peterson en Peter Gethin hem aan de binnenkant voorbij. Het was de BRM van Peter Gethin die als eerste over de finish reed. Voor Gethin was het zijn eerste Grand Prix zege. Ronnie Peterson werd tweede voor François Cevert. Dan volgden Mike Hailwood en Howden Ganley, die als vijfde, amper 0,61 seconden achterstand had op de winnaar. Een halve minuut later werd Chris Amon zesde gevolgd door Jackie Oliver, die de laatste coureur was die nog niet gedubbeld was. Ook Emerson Fittipaldi, Jo Siffert, Jo Bonnier en Jean-Pierre Jarier, die in een privé March zijn Grand Prix debuut maakte, konden de race nog beëindigen. De rest van de deelnemers waren uitgevallen in deze memorabele race!

In de stand voor het wereldkampioenschap had Jackie Stewart 51 punten voor Ronnie Peterson met 23, Jacky Ickx met 19 en François Cevert met 16 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford 55 punten, Ferrari 32, BRM 30 en March/Ford 24 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics