GRAND PRIX VAN USA 1971

XIVth United States Grand Prix 

USA

VERSLAG VAN DE RACE

n° 3 - Reine Wisell - Lotus 72D

Het circuit van Watkins Glen had een ware metamorfose ondergaan sinds vorig jaar. Er was een nieuw pitcomplex, inclusief nieuwe garages voor de teams en de baan was verlengd van 3,7 km naar 5,4 km. Ook werd ze over de gehele lengte breder gemaakt. Daardoor konden er natuurlijk meer coureurs en teams worden aanvaard voor de laatste race van het seizoen. Ook was er een enorme prijzenpot beschikbaar (50.000$ voor de winnaar!) waardoor er niet minder dan 32 coureurs zich inschreven voor deze race. Dat was dan meteen ook het grootste aantal van dit seizoen. Deze 32 coureurs waren verdeeld over de teams van Lotus, Ferrari, McLaren, Tyrrell, Matra, BRM, Surtees, Brabham, March en de privé-teams van Frank Williams, Jo Bonnier, Pete Lovely en Penske.

Over het algemeen waren het dezelfde coureurs als tijdens de Grand Prix van Canada, maar zowel Tyrrell als Surtees hadden nu ook een derde wagen ingeschreven. Mike Hailwood zat in de tweede Surtees. Voor het derde zitje moesten Sam Posey en Gijs Van Lennep het uitvechten tijdens de kwalificaties. De snelste van de twee zou mogen racen. Rolf Stommelen kon niet racen omdat hij een infectie had opgelopen aan de kaak. Peter Revson maakte, na een afwezigheid van zeven seizoenen, zijn comeback bij Tyrrell. Ook was Andrea de Adamich terug in zijn vertrouwde March/Alfa Romeo. Jo Bonnier reed dan weer in zijn eigen McLaren M7C. Bij BRM werd George Eaton vervangen door John Cannon. BRM was hier trouwens met vijf wagens aanwezig.

Iedereen begon zo snel mogelijk met het verkennen van het nieuwe circuit van zodra de training begon. Alle teams hadden problemen met hun banden omdat de krachten uitgeoefend op de banden merkelijk hoger lag dan op het ‘oude’ Watkins Glen. Gelukkig hadden zowel Firestone als Goodyear ook een harde compound meegebracht zodat uiteindelijk iedereen wel de goede band kon kiezen.

Doordat iedereen eerst het circuit moest leren, duurde het een hele tijd voordat men ook toekwam aan het rijden van snelle rondetijden. Maar vanaf het moment dat het rijden van snelle tijden begon, was het al snel duidelijk wie hier de baas was. Wereldkampioen Jackie Stewart ging steeds maar sneller om uiteindelijk een tijd van 1’42,884” neer te zetten. Ondanks het feit dat Jacky Ickx ergens achteraan van de lijst bengelde, waren de gezichten bij Ferrari toch positief gestemd. Zowel Clay Regazzoni als Mario Andretti deden het goed. Ze eindigden respectievelijk tweede en vierde in een tijd van 1’43,227” en 1’44,151”. Emerson Fittipaldi splitste de twee Ferrari’s met een tijd van 1’43,873”. Ook Denny Hulme reed sterk tot op het moment dat hij zijn motor opblies. Toch was zijn tijd nog goed voor de zesde plaats, net achter François Cevert. Ronnie Peterson had minder geluk, want na een vroeg motorprobleem zat zijn training er al op. Ook Helmut Marko kon maar weinig rondjes rijden. Op zijn BRM werd een olielek geconstateerd. David Hobbs deelde de wagen met Mark Donohue voor het geval de Amerikaan moest vertrekken naar de USAC race in Trenton, die een week eerder was uitgesteld door de regen. Maar op de McLaren M19A was er een probleem met het vliegwiel zodat ook zij niet veel ronden konden rijden.

Ook op de tweede training, die eveneens vier uur duurde, zag men dat Jackie Stewart de snelste van het pak was. Tijdens het laatste halfuur waren er verschillende coureurs die alles probeerden om een goede startpositie te veroveren. Emerson Fittipaldi benaderde de tijden van Jackie Stewart en op het einde kwam de Braziliaan slechts 0,017 seconden tekort voor de pole positie. Ook Denny Hulme was niet ver af en kon nog net voor Clay Regazzoni eindigen, zodat hij de derde plaats op de eerste rij innam. Daardoor werd de Zwitser teruggewezen naar de tweede rij samen met François Cevert. Verder vielen er niet veel verrassingen te noteren. Na een motorenwissel werd Jo Siffert zevende net voor Jacky Ickx, die nu in de 312B reed omdat de motorproblemen op zijn racewagen nog steeds niet waren opgelost. Howden Ganley en John Cannon bliezen allebei een BRM krachtbron op terwijl Tim Schenken gehinderd werd door een slecht werkende motor. Toch eindigde hij, dankzij zijn tijd van vrijdag, nog voor zijn kopman Graham Hill.

Vermits de race in Trenton doorging zoals gepland, moesten zowel Mark Donohue als Mario Andretti zich terugtrekken voor de race. De wagen van Donohue werd overgenomen door David Hobbs terwijl de derde Ferrari in de pit bleef staan. In het team van Surtees was Sam Posey sneller dan Gijs Van Lennep waardoor die de race mocht rijden. Het was een ideaal weertje op zondag. Na drie opwarmingsronden stonden de 29 wagens klaar op de grid om er een laatste keer aan te beginnen dit seizoen. Toen de start gegeven werd, bleef Skip Barber op de grid staan. Iedereen was al uit het zicht toen ook hij aan zijn race kon beginnen. Het was Denny Hulme die het best uit de startblokken was geschoten en aan de leiding van de race door de eerste bocht reed.

Jackie Stewart verloor geen tijd en op het einde van de eerste ronde reed hij als leider over de streep voor Denny Hulme en François Cevert in de tweede Tyrrell. Vlak achter dit trio kwamen dan Clay Regazzoni, Jacky Ickx, Jo Siffert, Chris Amon en de twee Lotussen van Emerson Fittipaldi en Reine Wisell. Op dat moment waren er al enkele coureurs gestopt. John Cannon probeerde zelf een probleem met zijn koppeling te herstellen, Chris Craft was gespind en Peter Revson stopte in de pit om daar op te geven doordat ook bij hem de koppeling niet meer werkte. Door de opgave van Peter Revson was het plaatselijke publiek erg teleurgesteld omdat hun landgenoten Andretti en Donohue er dus al niet bijwaren vanaf de start. Ondertussen had Jackie Stewart het vooraan niet gemakkelijk. Denny Hulme probeerde de wereldkampioen te verschalken, maar toen François Cevert in de zevende ronde de tweede plaats kon overnemen leek het er makkelijker op te worden voor de Schot. Het leidende trio reed weg van de rest van het veld. Clay Regazzoni reed op de vierde plaats net voor zijn kopman Jacky Ickx. Dan volgde Emerson Fittipaldi, Jo Siffert en Chris Amon. Achter de Matra waren er veel coureurs van plaats verwisseld. Zo had Reine Wisell zichzelf uit de race gekegeld door, na een defect aan de remmen, uit de bocht te vliegen. Daardoor had Mike Hailwood nu de leiding van de achtervolgende groep op zich genomen. Net achter hem reden Ronnie Peterson, Howden Ganley en Tim Schenken. Jean Pierre Beltoise was teruggevallen tot achter dit groepje en helemaal achteraan reed nu John Surtees, die net een pitstop achter de rug had om een probleem met de ontsteking op te lossen.

Tijdens de volgende ronden reden Jackie Stewart, François Cevert en Denny Hulme wiel in wiel over de baan. De wereldkampioen slaagde er echter niet in om zijn belagers af te schudden. Hij had van in het begin van de race last van onderstuur op zijn Tyrrell en dat werd alleen maar erger naarmate de race vorderde. In de 14e ronde deed hij teken aan zijn teamgenoot François Cevert dat hij hem kon passeren. Ook Denny Hulme had op zijn McLaren wat problemen. Doordat er een wiel uit balans was geraakt, had hij veel last van trillingen op zijn M19A. Kort daarna kon Jacky Ickx de derde plaats overnemen. Drie ronden later reed de Belg al op de tweede positie. Hij had op dat moment een achterstand van 6 seconden op de leider, François Cevert. Net zoals Jackie Stewart verloor ook Denny Hulme hoe langer hoe meer terrein. Hulme was zelfs al teruggevallen tot achter Clay Regazzoni en Jo Siffert en reed nu op de zesde plaats. Achter Hulme waren Ronnie Peterson en Mike Hailwood bezig aan een spannend duel met als inzet de zevende plaats. De winnaar van de Grand Prix van USA van 1970, Emerson Fittipaldi, was, na een pitstop, ver teruggevallen en kansloos voor een goede ereplaats. Ook Chris Amon moest een onvoorziene pitstop maken. Door een lekke band verloor ook hij alle kansen op een goed eindresultaat.

n° 8 - Jackie Stewart - Tyrrell 003

Halfweg had Jackie Stewart nog twee plaatsen verloren aan Jo Siffert en Clay Regazzoni. Voor de rest reed iedereen op zijn zelfde plaats rond. Net na halfweg slonk de voorsprong van de Fransman plots tot iets minder dan drie seconden. Hij was opgehouden bij het dubbelen van de achterblijvers. Ondertussen reed Denny Hulme de pit in om al zijn banden te laten wisselen. Dat gebeurde aan het einde van de 32e ronde. Uiteraard viel hij daarbij terug tot ver achterin het deelnemersveld. Drie ronden later spinde Clay Regazzoni van de baan. Hij slaagde er wel in om van de vangrails weg te blijven maar verloor in dit avontuur toch een viertal plaatsen aan Jackie Stewart, Ronnie Peterson, Mike Hailwood en Howden Ganley. Maar de toeschouwers hadden nu vooral oog voor het duel aan de kop van de wedstrijd. Na 40 ronden bedroeg het verschil tussen de Fransman en de Belg nauwelijks twee seconden. Maar een viertal ronden later begon Cevert plots weg te rijden van Ickx. Die kreeg last van een olielek in zijn versnellingsbak. Ickx verloor elke ronde nu veel tijd tegenover de vliegende Tyrrell en moest in de 49e ronde tenslotte de pit induiken om daar zijn race te beëindigen. Een ronde voordien was Denny Hulme trouwens gespind op een olievlek afkomstig van de Ferrari!

François Cevert had nu 28 seconden voorsprong op Jo Siffert, die de tweede plaats had overgenomen. Eén klein momentje had de Fransman nog toen ook hij spinde op een olievlek achtergelaten door Jacky Ickx. Hij corrigeerde echter op wonderbaarlijke wijze zijn Tyrrell en reed voor de rest rustig naar zijn eerste Grand Prix zege. Hij bekroonde daarmee het prachtige seizoen van Tyrrell. Achter hem werd Jo Siffert knap tweede voor Ronnie Peterson en Howden Ganley, die op het einde beiden nog voorbij Jackie Stewart waren gegaan. Als zesde eindigde Clay Regazzoni omdat Mike Hailwood was vijf ronden voor het einde, door een langzaam aflopende band, nog in de vangrails gespind.

Spijtig genoeg was dit, na zijn beste seizoen ooit, de laatste verschijning van Jo Siffert tijdens een Grand Prix wedstrijd. Drie weken later kwam hij in een verschrikkelijk ongeval op Brands Hatch om het leven. Ook Jo Bonnier trok zich terug uit de Formule 1. In juni 1972 zou ook hij echter het leven verliezen tijdens een ongeval tijdens de 24-uursrace van Le Mans.

De volledige eindstand van het seizoen 1971 kan je HIER terugvinden

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics