GRAND PRIX VAN ARGENTINIË 1972

IXo Gran Premio de la Republica Argentina

ARG

VERSLAG VAN DE RACE

n° 21 - Jackie Stewart - Tyrrell 003

Na een onderbreking van 12 jaar keerde de Grand Prix van Argentinië terug als wereldkampioenschapswedstrijd voor de Formule 1. Vorig jaar werd de race al terug georganiseerd, a was het dan wel voor F1/F5000 wagens. De twee reeksen werden gewonnen door Chris Amon in de Matra MS120. Ondanks de lange pauze was er toch niet veel veranderd aan het circuit van Buenos Aires. Er stonden wel nieuwe garages ter beschikking van de teams en ook stond er een nieuw pit-complex. Rond de baan stonden er nu vangrails net als alle andere nieuwe veiligheidsvoorzieningen. In plaats van circuit n° 2, dat in het verleden werd gebruikt, werd de race dit jaar gehouden op circuit n° 9.

In totaal schreven er zich 22 coureurs in voor de openingsmanche van het wereldkampioenschap 1972. Deze waren verdeeld over de teams van Brabham, BRM, Ferrari, Lotus, March, Matra, McLaren, Surtees, Tyrrell en het privé-team van Frank Williams, dat met een March 721 reed.

De trainingen begonnen op vrijdagnamiddag. Bij de teams heerste er nog de sfeer van het seizoen 1971. De meeste coureurs waren immers bij hun team gebleven en doordat de race zo vroeg op het jaar viel, waren er ook nog niet heel veel nieuwe wagens te bespeuren. Wat wel een groot verschil was, was de kleur waarin de wagens gespoten waren. Zo waren de wagens van McLaren nu in de Yardley kleuren gespoten. Denny Hulme en Peter Revson gingen er vanaf de eerste minuut stevig tegenaan. Ze hadden tijdens de testritten, de dag voordien, blijkbaar de goede set-up voor hun wagens al gevonden. Lange tijd stond Peter Revson bovenaan de lijst. Naar het einde van deze vier uur durende training reed Jacky Ickx 1’13,50” in zijn Ferrari. Peter Revson, die 1’14,51” reed, net voordat hij zijn motor opblies, eindigde daarmee pas achtste. Op het einde waren immers ook Denny Hulme, Jackie Stewart, Mario Andretti, Clay Regazzoni, Chris Amon en Emerson Fittipaldi sneller. Ondanks het feit de BRM hier met vijf wagens aanwezig was, konden ze op geen enkel moment enige indruk maken op de concurrentie. De BRM P160 waarmee Howden Ganley, Peter Gethin en Alex Soler-Roig reden, hadden allen problemen met de wegligging. Reine Wisell, die de snelste was van het kwintet, blies bovendien nog zijn motor op in de oudere P153.

Ook op zaterdagnamiddag waren de twee McLaren coureurs in eerste instantie de snelsten. Bij Tyrrell hadden de mecaniciens in de loop van de nacht de motoren van Jackie Stewart en François Cevert verwisseld. Het was echter Carlos Reutemann die, in zijn eerste Grand Prix, voor de sensatie zorgde, toen hij 15 minuten voor het einde van de training, een tijd reed van 1’12,46”. Zelfs de regerende wereldkampioen, die echt alles probeerde, kwam 0,22 seconden te kort op de Argentijn. Hij eindigde wel net voor Peter Revson en Denny Hulme. Emerson Fittipaldi moest op de derde rij starten met zijn tijd van 1’13,28”. Een tijd die later geëvenaard werd door Clay Regazzoni, in de snelste Ferrari. Chris Amon had de meeste pech. Hij stond twee keer stil met een probleem aan de versnellingsbak. De tweede keer zat zijn training er op, voordat hij zijn tijd van vrijdag had kunnen verbeteren. Dardoor moest de Nieuw-Zeelander genoegen nemen met een plaats op de zesde rij, naast Tim Schenken.

De pech van Chris Amon bleef ook aanhouden op zondag. Tijdens de warming-up ronde kon hij slechts drie versnellingen gebruiken van de pas herstelde versnellingsbak. Hij reed direct de pit in, waar de mecaniciens nog alles probeerde om het euvel te herstellen. Dat lukte echter niet, zodat de Nieuw-Zeelander niet deelnam aan de race. De toeschouwers, die in grote getalen waren komen opdagen, waren echter slechts geïnteresseerd in één persoon: Carlos Reutemann! Het was echter Jackie Stewart die direct na de start de leiding in handen nam. Achteraan was het dringen in de eerste bocht. Graham Hill werd bijna van de baan geduwd. Hij kwam met twee wielen in het zand terecht en wierp zo een enorme stofwolk op de baan. De wagens van Reine Wisell en Dave Walker kregen er de volle laag van. De Lotus van Dave Walker zou daardoor de eerste ronde zelfs niet helemaal volmaken. Hij liep echter naar de pit en slaagde er in om, met gereedschap dat hij had meegenomen, zijn wagen terug te starten. Daarvoor werd hij later echter gediskwalificeerd, omdat dat volgens de reglementen verboden was. Reine Wisell ging aan het einde van de eerste ronde de pit in, zodat de mecaniciens zijn wagen konden nakijken. In de 2e ronde bleef het gaspedaal van Alex Soler-Roig plots openstaan. Hij vernielde zijn wagen wat verder tegen de vangrails. Korte tijd later verloor Peter Gethin, na een tik van een andere wagen, een olieleiding. De BRM coureur spinde over zijn eigen olie! Maar wat er ook gebeurde, het publiek bleef maar oog hebben voor één man. Carlos Reutemann deed het trouwens erg goed. En maakte het Jackie Stewart niet makkelijk. Achter de witte Brabham reed Emerson Fittipaldi op een derde plaats, nadat hij Denny Hulme had kunnen passeren. Dan volgden Clay Regazzoni, Ronnie Peterson, François Cevert, Peter Revson, Tim Schenken en op de 10e plaats, Jacky Ickx.

Zeven ronden probeerde Carlos Reutemann de leiding van Jackie Stewart over te nemen. In de 8e ronde werd hij echter zelf gepasseerd door Emerson Fittipaldi. Vier ronden later ging ook Denny Hulme voorbij de Brabham. Langzaam maar zeker verloor Carlos Reutemann ook de aansluiting met de top drie, al bleef hij wel voldoende voorsprong behouden op de vijfde in de stand, Clay Regazzoni. Ondertussen had Jackie Stewart het niet makkelijk met Emerson Fittipaldi. De Braziliaan kwam tot op minder dan twee seconden, maar verloor toen weer langzaam meer zeker terrein. Na 30 ronden bedroeg het verschil al 5 seconden. Denny Hulme reed nog steeds op een derde plaats, een drietal seconden achter Emerson Fittipaldi. Dan, op een eenzame vierde plaats, volgde Carlos Reutemann. Clay Regazzoni reed nog steeds op de vijfde plaats, maar hij werd op de hielen gezeten door François Cevert en Jacky Ickx, die alle twee voorbij Ronnie Peterson waren gegaan. De Zweed was trouwens al een heel weekeinde ziek en het was eigenlijk verwonderlijk dat hij nog zo goed kon meekomen. Tim Schenken had een ander probleem. De bol van zijn versnellingspook was er af gevallen. Hij had alle moeite van de wereld om elke keer weer de goede versnelling te vinden. Achterin het veld hadden Andrea de Adamich en Graham Hill beiden opgegeven met brandstofproblemen, terwijl Mario Andretti de zwarte vlag had gekregen omdat er uit zijn uitlaat steeds weer vlammen te voorschijn kwamen. Hij had al meerdere pitstops gemaakt, maar de mecaniciens hadden het probleem niet kunnen oplossen.

n° 16 - Chris Amon - Matra MS120C

Jackie Stewart bleef zijn voorsprong op Emerson Fittipaldi steeds maar uitbreiden. In de 35e ronde nam Denny Hulme de tweede plaats over omdat Emerson Fittipaldi problemen kreeg met de vierde versnelling. Ook Carlos Reutemann verkeerde in problemen. Hij was de race vertrokken op zachte banden, maar bij deze hoge temperaturen konden die nooit de volledige raceafstand aan. In de 45e ronde stopte hij, net toen François Cevert op het punt stond hem te passeren. Tijdens deze pitstop verloor hij tien plaatsen. Net toen hij terug op de baan verscheen, spinde Peter Revson. Hij had enkele ogenblikken niets kunnen zien omdat er een enorme stofwolk was opgeworpen door Ronnie Peterson. In de 50e ronde moest de Amerikaan de race verlaten toen hij zijn motor opblies. De race leek in een beslissende plooi te liggen. Het enige duel op dat moment was dat tussen de twee Ferrari’s van Jacky Ickx en Clay Regazzoni en de March van Ronnie Peterson. In de 36e ronde had Jacky Ickx trouwens de maat genomen van zijn teamcollega. Alle drie hadden ze echter hun problemen. De March van Ronnie Peterson sprong telkens uit de vierde versnelling, de Ferrari van Jacky Ickx liet een grote rookpluim achter en de radiator van Clay Regazzoni werd versperd (zie foto) door een krant. De Zweed moest echter afhaken toen ze Helmut Marko dubbelden. Hij spinde bij dit inhaalmanoeuvre van de baan. Ook Tim Schenken kon hem toen passeren. In de volgende ronde vielen er ook vooraan een paar wijzigingen te noteren. François Cevert stopte ergens op het circuit met een versnellingsbak die het niet meer deed en korte tijd later reed Emerson Fittipaldi de pit in. Zijn ophanging had het begeven.

De race was nu zo goed als gereden. De voorsprong van Jackie Stewart was opgelopen tot 20 seconden op Denny Hulme, die echter al zonder ontkoppeling rondreed. Dan volgden de twee Ferarri’s en Tim Schenken, die nog steeds in elkaars buurt reden. In de resterende ronden kon allen Carlos Reutemann, na zijn pitstop, terug opklimmen naar de zevende plaats, met een achterstand van exact twee ronden op de winnaar, Jackie Stewart.

De stand van het wereldkampioenschap was uiteraard gelijk aan de uitslag van de race. Jackie Stewart had dus 9 punten voor Denny Hulme met 6, Jacky Ickx met 4 en Clay Regazzoni met 3 punten. Bij de constructeurs had Tyrrell/Ford 9 punten voor McLaren/Ford met 6, Ferrari met 4 en Surtees/Ford met 2 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics