GRAND PRIX VAN ZUID-AFRIKA 1972

XVIIIth South African Grand Prix

SAFRO

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Zuid-Afrika 1972 - de start

Ondanks het feit dat de Grand Prix van Zuid-Afrika niet meer de openingsmanche van het wereldkampioenschap was, bleef de interesse voor de wedstrijd gelukkig groot. De week voor de wedstrijd werd er, zoals gebruikelijk in Kyalami, intensief getest door de teams. De meeste wagens waren rechtstreeks vanuit Argentinië overgevlogen, zodat er op het gebied van de wagens niet veel nieuws viel te rapen. Ook de inschrijvingslijst was nagenoeg ongewijzigd. Er vielen vier toevoegingen te noteren. Jean Pierre Beltoise had, na zijn ongeval vorig seizoen met Ignazio Giunti in Argentinië, de race daar aan zich laten voorbijgaan. Deze keer was hij echter wel present voor het team van BRM. Mike Hailwood was tijdens de Grand Prix van Argentinië actief geweest in een race voor de Formule 5000 Tasman serie. Deze keer reed hij voor het team van John Surtees. Bij Williams had men voor de eerste keer een tweede wagen ingeschreven. Deze werd bestuurd door de Braziliaan Carlos Pace, die hier tevens zijn Grand Prix debuut maakte. Ook Rolf Stommelen was er nu bij. Hij reed voor het Eifelland Caravans March team. In totaal verschenen er trouwens 27 wagens aan de inschrijvingstafel. Ook de plaatselijke rijders John Love en Williams Ferguson, beiden uitkomend voor het team Gunston, waren aanwezig. De volgende teams waren dus aanwezig: Tyrrell, March, Ferrari, Lotus, BRM, McLaren, Matra, Surtees, Brabham en de privé teams van Frank Williams, Eifelland en Gunston.

Men had op het circuit van Kyalami, in vergelijking met vorig seizoen, heel wat veiligheidsinspanningen geleverd. Zo werden er op bepaalde punten meer draadhekken geplaatst om de wagens op te vangen. De officiële trainingen begonnen op woensdagnamiddag. Tijdens het eerste uur reed Jackie Stewart een tijd van 1’17,0” en dat in de Tyrrell 003. Deze tijd demoraliseerde iedereen vooral omdat het team van Tyrrell al volop aan het trainen was met het type 004. Ook François Cevert reed sneller dan de meeste andere coureurs en kwam uiteindelijk tot een tijd van 1’17,8”, wat 0,1 seconde trager was dan Jacky Ickx, maar wel sneller dan Emerson Fittipaldi. Denny Hulme reed 1’18,1”, terwijl zijn teamgenoot Peter Revson helemaal in het begin van de training zijn motor opblies. Dat overkwam ook Henri Pescarolo. Carlos Pace en Howden Ganley konden zelfs geen enkele ronde rijden. Voor de Braziliaan was dat door een probleem met het achterwiel terwijl voor de Nieuw Zeelander de koppeling stuk was. Ook Dave Charlton kon maar enkele ronden rijden door een elektrisch probleem.

Ook tijdens de tweede training, op donderdag, was Jackie Stewart de snelste. Hij mocht echter van geluk spreken toen, op volle snelheid, plots zijn achtervleugel afbrak. Daardoor werd de Tyrrell onbestuurbaar. Toch slaagde hij er in, met meer geluk dan wijsheid, om zijn wagen tot stilstand te brengen net voorbij de pit. Niet lang daarna kreeg ook de tweede Tyrrell, die van François Cevert, problemen. Hij blies zijn motor op nadat hij een tijd van 1’17,9” had gereden. Het was echter Emerson Fittipaldi, die op één na de snelste was. Gaandeweg de training ging hij alsmaar sneller om uiteindelijk een tijd van 1’17,4” te laten noteren. Achter hem volgden dan Jacky Ickx, Clay Regazzoni en Ronnie Peterson, die allen 1’17,8” reden. Voor François Cevert en Denny Hulme betekende dat een evenaring van hun tijd van gisteren. Deze tijd werd ook nog geëvenaard door Jean Pierre Beltoise, in de eerste van de vier BRM’s. Ondertussen stond Peter Gethin met een olielek stil in de pit. Bij het team van Surtees had Mike Hailwood geen geluk. Hij kon in deze training geen enkele ronde rijden door problemen met de versnellingsbak. Op vrijdag ging het echter veel beter en vrijwel onmiddellijk reed hij een tijd van 1’17,4”. Deze tijd werd enkel nog verbeterd door Jackie Stewart, die zijn 1’17,0” van woensdag nog eens herhaalde en Clay Regazzoni, die 1’17,3” reed. Daardoor viel Mike Hailwood wel terug naar de tweede startrij, naast Denny Hulme. Die zijn tijd werd nog geëvenaard door Emerson Fittipaldi. Ondanks het feit dat Mario Andretti kloeg over de wegligging op zijn Ferrari, reed hij toch 1’17,5”, waardoor hij zesde werd in de training en bovendien net voor Jacky Ickx, François Cevert en Ronnie Peterson eindigde. Achteraan in het veld moest William Ferguson zich terugtrekken voor de race. Hij had nochtans 2 wagens ter beschikking (een Surtees TS9 en een Brabham BT33) maar slechts één motor, dewelke hij tijdens de derde training opblies. Daardoor zat zijn Grand Prix weekeinde er op!

In de loop van de ochtend werd er nog een 30 minuten durende, ongetimde, sessie gehouden. Denny Hulme had tijdens deze sessie nog een klein probleempje, maar gelukkig konden de mecaniciens dat nog oplossen voor de start van de race. Om 15.00 uur zag een record aan toeschouwers de start van de race. Net voor de start van de race was er op de wagen van Carlos Pace nog een probleem met de brandstofpomp. Hij werd nog snel naar de pit geduwd en stond daar nog toen de start gegeven werd. Hij zou pas met een achterstand van drie ronden aan de race kunnen beginnen. Denny Hulme maakte, ondanks zijn eerdere problemen, een erg goed start. Vanaf de tweede rij schoot hij naar de leiding van de race. Dave Charlton, die voor zijn thuispubliek reed, moest na 2 ronden de strijd al staken doordat er problemen waren met de brandstofpomp. Ook in de 2e ronde nam Jackie Stewart zijn vertrouwde plaats aan de kop van de wedstrijd al over van Denny Hulme. Dan volgden Emerson Fittipaldi, Mike Hailwood, François Cevert, Ronnie Peterson, Mario Andretti, Jean Pierre Beltoise, Graham Hill, Carlos Reutemann, Chris Amon en de slecht gestarte Clay Regazzoni.

In de loop van de volgende ronde reed Jackie Stewart weg van Denny Hulme. Deze had zijn handen vol met Emerson Fittipaldi en Mike Hailwood. Daarachter moest François Cevert de rol lossen. In de 11e ronde moest hij plaats ruimen voor Ronnie Peterson, toen hij problemen kreeg met zijn motor. Een ronde later maakte François Cevert een pitstop. De mecaniciens vervingen er een transistorbox, iets wat op dat moment ook gebeurde bij Peter Gethin. Kort daarna kwam ook Jean Pierre Beltoise in de pit. Hij kloeg over het feit dat zijn motor vermogen verloor. Alle drie konden ze echter hun weg vervolgen, iets wat niet gezegd kon worden van Tim Schenken, die met een opgeblazen motor de race moest verlaten. Maar Jean Pierre Beltoise moest in de 61e ronde de race toch verlaten en Peter Gethin kon het volhouden tot in de 65e ronde voordat ook hij de strijd moest staken. Ook vooraan waren er wijzigingen. Jackie Stewart zijn voorsprong begon langzaam maar zeker te verkleinen. Dat was vooral te wijten aan het feit dat Emerson Fittipaldi en Mike Hailwood eerst Denny Hulme konden passeren. Mike Hailwood ging daarna Emerson Fittipaldi nog voorbij en een tweetal ronden later zat hij al in het spoor van de Tyrrell van Jackie Stewart. Vier ronden lang was de druk voor Jackie Stewart enorm groot. Maar in de 29e ronde was het over voor Mike Hailwood. Hij moest naar de pit omdat zijn ophanging het begeven had doordat er een bout was losgekomen. Maar vooraan bleef het spannend. De volgende zestien ronden was het Emerson Fittipaldi die Jackie Stewart het vuur aan de schenen legde. Ook Denny Hulme was nog vrij kort in de buurt, want zijn achterstand bedroeg amper vier seconden.

n° 8 - Emerson Fittipaldi - Lotus 72D

En dan begon de 45e ronde. Deze keer was het Jackie Stewart die problemen kreeg. Er was een onderdeel van de versnellingsbak gevallen. Daardoor had hij alle olie verloren en was de versnellingsbak stuk gegaan. Hij kon nog wel de pit bereiken, maar daar zat zijn race er op. Emerson Fittipaldi nam de leiding over, maar Denny Hulme reed kort achter hem. Ronnie Peterson reed derde, maar zijn achterstand was al vrij groot. Op de vierde plaats reed Chris Amon voor Peter Revson. Op de zesde plaats reed Mario Andretti, dan volgden Clay Regazzoni, Graham Hill, Niki Lauda en Jacky Ickx.

Vanaf het moment dat Emerson Fittipaldi aan de leiding reed, kreeg hij echter problemen met de wegligging van zijn Lotus. Dit had vooral te maken met het feit dat zijn benzinetank uiteraard al veel minder brandstof bevatte. Denny Hulme rook zijn kans en reed nu al vlak achter de Braziliaan. Denny Hulme wachtte geduldig op het goede moment en in de 57e ronde nam hij de leiding over. Vanaf dan reed de McLaren wagen weg van de Lotus, recht naar de eerste zege voor McLaren sinds de Mexicaanse Grand Prix van 1969. Emerson Fittipaldi slaagde er wel in om zijn tweede plaats veilig te stellen. Chris Amon kreeg op zijn Matra op het einde van de race nog veel last van trillingen. Hij moest nog twee keer een pitstop maken waardoor hij niet meer in aanmerking kwam voor de derde plaats. De derde plaats ging zo naar Peter Revson voor Mario Andretti, Ronnie Peterson en Graham Hill.

In de stand in het wereldkampioenschap stond Denny Hulme op kop met 15 punten voor Jackie Stewart met 9, Emerson Fittipaldi met 6 en Jacky Ickx met 4 punten. Bij de constructeurs stond McLaren/Ford met 15 punten voor Tyrrell/Ford met 9, Ferrari met 7 en Lotus/Ford met 6 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics