
|
Grand
Prix van Duitsland 1972 |
In totaal kwamen er voor de achtste race van het seizoen 27 deelnemers opdagen. Deze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, Lotus, McLaren, Ferrari, BRM, Matra, March, Brabham, Surtees en Tecno. Van privé-zijde waren de teams van Frank Williams en Eifelland Caravans aanwezig. Door zijn overwinning in Brands Hatch had Emerson Fittipaldi nu al 16 punten voorsprong op Jackie Stewart in het kampioenschap. Zelfs de meest fervente supporters van de Schot begonnen te twijfelen aan zijn titelkansen. Maar de Schot was niet van plan het kampioenschap al op te geven! Dat bewees hij tijdens de eerste training. Hij liet er niet alleen de snelste tijd noteren, maar verbeterde ook het ronderecord van 7’20,1”, gereden door François Cevert in 1971, met bijna drie seconden. Ook François Cevert zelf ging sneller dan een jaar geleden net als Ronnie Peterson in de March. Alle 27 deelnemers hoopten op een plaatsje op de grid, want de organisatoren hadden beslist dat er slecht 25 wagens aan de start mochten verschijnen. Daardoor werd er al van in het begin van de training zo hard mogelijk gereden. Mede daardoor kwamen er natuurlijk ook enkele coureurs in de problemen. Deze problemen werden alleen maar groter toen het in de buurt van Arenberg lichtjes begon te regenen. Dave Walker en Dave Charlton lieten er zich door de veranderde condities vangen. Ze spinden beiden van de baan waarbij Dave Walker zijn achterwielophanging beschadigde. Zijn training zat er meteen op. Voor Dave Charlton viel de schade nogal mee en hij kon dan ook zijn weg vervolgen. Kort daarna ging Arturo Merzario in Fuchsrohre van de baan. Hij knalde tegen de vangrails aan en beschadigde zijn Ferrari daarbij behoorlijk. Ook Brian Redman, die opnieuw de vervanger was van Peter Revson, die net als Mario Andretti deelnam aan de 500 mijl van Pocono, moest vroegtijdig de training staken toen hij in de North Curve tegen de vangrails tot stilstand kwam.
Na een onderbreking van twee uur begon de tweede training, die net als de eerste training trouwens 90 minuten zou duren. Nadat François Cevert een ronde in 7’12,2” had gereden, vloog hij in Pflanzgarten van de baan. Zijn Tyrrell werd daarbij zwaar beschadigd en hij mocht zich gelukkig prijzen dat hij het er zelf zonder kleerscheuren vanaf bracht. Verder vielen er gelukkig geen ongevallen meer te noteren die namiddag. Toen de eindresultaten van de training bekend gemaakt werden, bleek Jacky Ickx de snelste te zijn geweest in 7’10,0”, terwijl Jackie Stewart, ondanks zijn verbetering tot 7’16,4”, terugviel naar de vierde plaats vermits ook Emerson Fittipaldi met 7’14,9” nog sneller was.
Verrassend genoeg ging het op zaterdag nog sneller. Maar er vielen ook nog enkele dramatische momenten te noteren. Zo was er Denny Hulme die bij het uitkomen van de North Curve, over een onderdeel, verloren door een andere coureur, reed. Hij vloog in de vangrails en was al blij dat hij gewoon uit zijn McLaren kon stappen. De wagen werd wel tot schroot herleid en was dan ook buiten gebruik voor de rest van het weekeinde. Howden Ganley, Reine Wisell en Wilson Fittipaldi moesten allen hun training onderbreken door problemen met hun motor. Ondertussen reed Jacky Ickx naar een ongelooflijke pole tijd van 7’07,0”. Ook Jackie Stewart kon zijn tijd nog een heel pak verbeteren en eindigde tweede in 7’08,7”. Dat was iets meer dan een seconde sneller dan Emerson Fittipaldi. Dan volgde Ronnie Peterson, die erg tevreden was met de verbeterde ophanging op zijn March 721G. Zijn teamgenoot Niki Lauda had minder geluk, omdat hij nauwelijks aan trainen was toegekomen. Het ganse weekeinde had zijn wagen al problemen met de brandstofdruk. Ondanks het feit dat François Cevert in zijn reserve Tyrrell (type 004) zijn tijd niet kon verbeteren, stond hij op de derde rij, samen met Carlos Reutemann. In totaal reden niet minder dan 25 coureurs sneller dan het bestaande ronderecord uit 1971!
Vermits enkele de 25 snelsten van de training aan de wedstrijd mochten deelnemen, zouden Dave Charlton en Mike Beuttler de race moeten missen, maar na een onderhoud met de organisatoren kregen ze toch de toelating om te starten, maar wel zonder dat ze startgeld zouden ontvangen. 27 wagens begonnen zo aan hun laatste opwarmronde. Toen ze zich klaarmaakten op de grid was er van Chris Amon echter geen spoor te bekennen. Hij was ergens op de omloop stilgevallen en zijn wagen werd zo snel mogelijk naar de pit teruggebracht. De herstelling zou echter meer dan een ronde duren! De start verliep voor de rest rimpelloos met Ronnie Peterson en Emerson Fittipaldi die naast Jacky Ickx en Jackie Stewart op de South Cure afstevenden. Net achter dat viertal reed Clay Regazzoni, na een knappe start van op de vierde startrij. In de bocht raakten Jackie Stewart en Ronnie Peterson elkaar, maar het was toch de Zweed die de tweede plaats kon opeisen achter Jacky Ickx. Jackie Stewart viel na dat contact terug tot de vijfde plaats achter Clay Regazzoni en Emerson Fittipaldi. Na de trainingen was het dan ook geen verrassing meer dan Jacky Ickx direct wegreed van de rest van het veld. Na iets maar dan zeven minuten reed hij een eerste keer voorbij de pit met een voorsprong van meer dan drie seconden op Ronnie Peterson. Deze had eveneens een drietal seconden voorsprong op Clay Regazzoni, Emerson Fittipaldi en Jackie Stewart. Carlos Reutemann reed op de zesde plaats. In de tweede ronde werden de onderlinge verschillen alleen maar groter, maar halfweg de ronde ging Emerson Fittipaldi voorbij Clay Regazzoni en op het einde van de derde ronde kwam hij aansluiten bij Ronnie Peterson. De voorsprong van Jacky Ickx was ondertussen al wel opgelopen tot 10 seconden.
In de 4e ronde vielen de eerste opgaves te noteren. Reine Wisell had nog maar eens af te rekenen met een motorprobleem terwijl Niki Lauda de pit indook met een lek in de olietank. Net daarna stopte ook Dave Charlton. Hij was heel het weekeinde al ziek geweest en kon het niet meer opbrengen om verder te racen. De volgende ronde begaf de motor het op de Tecno van Derek Bell. Vooraan domineerde Jacky Ickx volkomen de race. Emerson Fittipaldi kon bij het begin van de vijfde ronde de tweede plaats wel overnemen, maar Jacky Ickx bedreigen zat er niet in!
Halfweg had de Belg al een voorsprong van 18 seconden. Ronnie Peterson viel langzaam maar zeker terug in zijn March. Maar eigenlijk viel er niet veel te beleven op de Nürburgring. Clay Regazzoni en Jackie Stewart reden nog wel in elkaars buurt op de plaatsen vier en vijf, maar meer strijd viel er niet te beleven. Ondertussen had Carlos Reutemann net opgegeven met een differentieel dat stuk was gegaan. Daardoor schoof Henri Pescarolo nu op naar de zesde plaats. In de 8e ronde gingen François Cevert en Tim Schenken de pit in om nieuwe banden te halen en in de 9e ronde blokkeerde Ronnie Peterson in de Karusell zijn wielen tijdens het remmen. Hij spinde en viel daardoor terug tot achter Clay Regazzoni en Jackie Stewart. Mike Hailwood, die nu op de achtste plaats reed, moest de race verlaten toen zijn voorwielophanging afbrak. In dezelfde ronde blies Denny Hulme zijn motor op. Ook Dave Walker en Rolf Stommelen vielen in dezelfde ronde nog uit. Door het grote aantal opgevers konden sommige rijders wel opschuiven in de stand en toen in de 10e ronde ook nog Emerson Fittipaldi een motorprobleem kreeg, zag het er voor de Braziliaan ook al niet goed uit. Een ronde later, aan de achterkant van de pit, vloog zijn versnellingsbak in brand! Emerson Fittipaldi verliet zo snel mogelijk zijn brandend wrak. Nu had Jacky Ickx zelfs een nog grotere voorsprong. Toen in de 11e ronde ook Henri Pescarolo nog crashte, bleven er al maar 16 van de 27 coureurs over in de race. Jean Pierre Beltoise was nu al opgerukt naar de 5e plaats voor Howden Ganley, Brian Redman en Graham Hill.

|
n°
4 - Jacky Ickx - Ferrari 312B2-72
|
In het laatste deel van de race zag het er niet naar uit dat er nog veel verschuivingen zouden plaatsvinden. Maar de motor van de Ferrari van Jacky Ickx klonk wel erg rauw in de laatste ronden. Ondertussen probeerde Jackie Stewart nog steeds om Clay Regazzoni te passeren. In de 13e ronde kreeg Jean Pierre Beltoise de zwarte vlag omdat de batterij op zijn BRM was komen los te zitten. Toen hij in de pit stopte, was de batterij er echter al afgevallen. Hij kon dan ook in negende positie snel weer zijn race vervolgen. Clay Regazzoni ging in dezelfde ronde te wijd door Hatzenbach. Meer leek Jackie Stewart niet nodig te hebben om aan de binnenkant de Zwitser te passeren. Maar Regazzoni gaf niet af en zij-aan-zij kwamen ze toe aan de volgende bocht. Geen van beiden coureurs gaf een duimbreed toe en net als in het begin va de race, toen met Peterson en Stewart, raakten de achterwielen van Stewart en Regazzoni’s wagen elkaar. Het liep deze keer echter niet zo goed af voor Jackie Stewart. Hij eindigde tegen de vangrails met een zwaar beschadigde Tyrrell. Clay Regazzoni kon zijn weg vervolgen en werd een paar minuten later, op bijna 50 seconden, tweede achter Jacky Ickx. Daardoor scoorde Ferrari hier een één-twee. Derde werd Ronnie Peterson voor Howden Ganley, Brian Redman en Graham Hill.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Emerson Fittipaldi 43 punten voor Jackie Stewart met 27, Jacky Ickx met 25 en Denny Hulme met 21 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 43 punten voor Tyrrell/Ford met 33. Daarna volgden Ferrari en McLaren/Ford met 29 punten.
|