GRAND PRIX VAN OOSTENRIJK 1972

X Grosser Preis von Osterreich

AUT

VERSLAG VAN DE RACE

n° 29 - Francois Migault - Connew PC1

Voor de Grand Prix van Oostenrijk schreven zich 26 coureurs in. Deze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, March, BRM, Matra, Surtees, McLaren, Tecno, Brabham, Ferrari, Lotus en Connew. Zoals gewoonlijk waren ook de privé-teams van Frank Williams en Eifelland Caravans aanwezig. Ook het team van Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing was aanwezig met hun coureur Mike Beuttler.

De Grand Prix van Duitsland had niets aan de stand in het wereldkampioenschap veranderd. De enige wijziging was dat Jacky Ickx, door zijn sterke optreden op de Nürburgring, opgeschoven was naar de derde plaats op amper twee punten van Jackie Stewart. Voor deze race hoopte Jackie Stewart eindelijk gebruik te kunnen maken van de Tyrrell 005. Hij had deze wagen nu intensief getest na de uitschuiver tijdens de trainingen voor de Grand Prix van Groot-Brittannië. De felle trillingen werden veroorzaakt door de voorremmen, die aan de binnenkant van het wiel gemonteerd waren. Ze waren ondertussen vervangen door een meer conventioneel systeem. Net zoals voorheen was de snelheid van de nieuwe wagen wel in orde. Jackie Stewart was namelijk de snelste wagen op de baan bij het begin van de training. Het warme, zeg maar hete weer, weerhield de coureurs er echter van om echt snelle tijden te rijden. Voor Ferrari was er zelfs een groot probleem ontstaan door de hitte. De brandstoftoevoer naar de motor liep helemaal fout. De wagen van Jacky Ickx kwam zelfs tot stilstand op de baan. De Belg nam later in de training wel de reservewagen, maar kwam ook met deze wagen niet tot grootse daden. Ook andere coureurs hadden zo hun problemen. Zo was er Henri Pescarolo die door een klapband de controle over zijn stuur verloor en met een klap in de vangrails knalde. De Williams March was zwaar beschadigd en vermits het team geen reservewagen bij zich had, eindigde hier al het raceweekeinde voor de Fransman. Ook Mike Hailwood, Tim Schenken en Francois Migault moesten hun training voortijdig afbreken. De coureurs van het Surtees team hadden problemen met de koppeling terwijl de Connew al zijn olie had verloren op de baan. Daardoor werd het rijden van snelle ronden nog moeilijker! Toen op het einde van de training de temperatuur toch wat ging dalen, probeerden de meeste coureurs hun snelste ronde te rijden. Enkele minuten voor het einde reed Emerson Fittipaldi 1’35,97”. Dat was 0,38 seconden sneller dan Jackie Stewart. Op bijna een volle seconde werd Peter Revson in de McLaren knap derde. Denny Hulme, Clay Regazzoni, Howden Ganley, Chris Amon en Ronnie Peterson reden allemaal een tijd van iets meer dan 1’37”. Graham Hill volgde daar net achter. Hij reed in de Brabham uitgerust met een prototype van de nieuwe Hewland FL versnellingsbak.

Ook op zaterdag was het erg warm bij het begin van de training. Deze begon bovendien nog 90 minuten vroeger dan op vrijdag zodat ook het vooruitzicht op de verkoeling op het einde van de training wegviel. De meeste teams experimenteerden met grotere luchtinlaten om hun motor de nodige afkoeling te geven. Bij het team van Ferrari bleef men maar knoeien met de brandstoftoevoer van hun wagens. Bijna de ganse training hadden de beide coureurs daar problemen mee. Helemaal op het einde slaagde het team er toch in om op de wagen van Clay Regazzoni de problemen te overwinnen. Hij reed uiteindelijk nog een tijd van 1’36,04”, wat meteen goed was voor een plaats op de eerste rij naast Emerson Fittipaldi. Deze kon zijn tijd van gisteren niet verbeteren, maar behield de pole positie. Hij was trouwens maar één van de vele coureurs die hun tijd niet konden verbeteren. Jackie Stewart werd, ook al met zijn tijd van vrijdag, derde. Naast hem stond Peter Revson. Eén van de weinig coureurs die zijn tijd van vrijdag wel scherper kon stellen was, Carlos Reutemann. De Argentijn reed maar liefst drie seconden sneller en dat was meteen goed voor de vijfde tijd. Naast hem stond de Nieuw-Zeelander Chris Amon. Het team van March had, net als op vrijdag trouwens, problemen met overstuur van hun wagens. Dat was, zeker na hun knappe prestatie tijdens de Grand Prix van Duitsland, ontgoochelend. Mike Beuttler, die met een privé ingeschreven March reed, vloog zelfs van de baan in de vangrails. Ook voor Jean Pierre Beltoise verliep de training niet zoals hij gehoopt had. Eerst blies hij de motor op van zijn racewagen, iets wat hij later nog eens overdeed op de reservewagen van het BRM-team.

Op zondag was het nog heter dan de dagen voordien! Toen het tijd was om te starten, was de temperatuur opgelopen tot meer dan 35°C. Tijdens de ongetimede sessie, in de loop van de ochtend, had Chris Amon zijn motor in de Matra MS120D opgeblazen. Het team was er echter in geslaagd om de krachtbron om tijd te wisselen zodat alle 26 wagens op de grid stonden. Emerson Fittipaldi zat wel in zijn reservewagen omdat hij met deze wagen de snelste tijd had gereden tijdens de trainingen. Het was echter Jackie Stewart die de snelste start nam. Hij nam dan ook de leiding in handen voor Emerson Fittipaldi en Clay Regazzoni. In tegenstelling tot de Schot maakte Howden Ganley een slechte start. Hij viel terug tot de 15e plaats na één ronde. Voor de eerst was iedereen goed weggekomen van op de statgrid.

Al vrij snel reed Jackie Stewart weg van de concurrentie. Hij werd daarbij geholpen door Clay Regazzoni die al direct opnieuw problemen had met de brandstoftoevoer op zijn Ferrari. Toch slaagde hij er in om voor het einde van de eerste ronde de tweede plaats van Emerson Fittipaldi over te nemen. In de vijfde ronde werd hij echter terug gepasseerd door de Lotus. De Braziliaan had op dat moment drie seconden achterstand op Jackie Stewart. Ondertussen kwam Clay Regazzoni onder druk te staan van Peter Revson, Chris Amon en Mike Hailwood. Daarna volgde Ronnie Peterson die van op de 11e startplaats al goede progressie had gemaakt. De Zweed slaagde er bovendien in om Mike Hailwood te passeren. Korte tijd later waren Chris Amon, Peter Revson en Carlos Reutemann aan de beurt waardoor de March coureur al was opgerukt naar de vijfde plaats, net achter Clay Regazzoni, die Denny Hulme al had moeten laten voorgaan. Maar de Zwitser was zichtbaar langzamer aan het rijden en hij werd dan ook gepasseerd door verschillende coureurs. Het was dan ook geen verrassing dat hij in de 11e ronde de pit indook. Er werd koud water over de brandstofpomp gegoten, maar twee ronden later was het probleem al terug even groot. Clay Regazzoni besloot dan maar om de race voor gezien te houden, iets wat Carlos Reutemann ongeveer gelijktijdig met hetzelfde probleem, ook deed. In de 7e ronde had de motor van Dave Walker al de geest gegeven en hij had dan ook de eer om de eerste opgever in deze race te zijn. Korte tijd later moest ook Jacky Ickx de strijd staken. Op geen enkel moment had hij de indruk gegeven dat de Ferrari een goed resultaat zou kunnen behalen.

n° 2 - François Cevert - Tyrrell 003

Ongeveer halfweg werd de race intenser. Niet alleen had Emerson Fittipaldi de achterstand op Jackie Stewart weten dicht te rijden, maar ook Denny Hulme kwam dichter bij de leider. Jackie Stewart kreeg op zijn Tyrrell hoe langer hoe meer last van overstuur, waardoor hij zijn tempo iets moest minderen. In de 24e ronde werd hij dan ook gepasseerd door Emerson Fittipaldi. Bijna gelijktijdig kwam het debuut van Francois Migault tot een spectaculair einde. De achterwielophanging van de Connew brak letterlijk in stukken uit elkaar. Drie ronden later werd Jackie Stewart ook gepasseerd door Denny Hulme en in de 34e ronde viel hij ook terug tot achter Ronnie Peterson en Peter Revson. Mike Hailwood was ondertussen ook teruggevallen tot achter Peter Revson maar zijn problemen waren lang niet zo groot als deze van Jackie Stewart. In de 43e ronde slaagde hij er dan ook in om de Schot te passeren. Denny Hulme was ondertussen de leiderspositie van Emerson Fittipaldi aan het bestoken. Maar Denny Hulme verloor telkens wat terrein op de rechte stukken, iets wat hij dan weer moest goedmaken in de bochten. Hij kon dan ook geen enkele echte aanval openen op de leiderspositie. Emerson Fittipaldi won dan ook de race met iets meer dan een seconde voorsprong op Denny Hulme. Achter hun hadden er nog wel enkele positiewissels plaatsgevonden. Ronnie Peterson verloor zijn derde plaats tijdens het dubbelen van enkele achterblijvers aan Peter Revson. Maar hij kreeg ook problemen met de brandstoftoevoer en eindigde tenslotte pas op de twaalfde plaats. Vierde werd Mike Hailwood die net voor Chris Amon over de eindstreep reed. Op de zesde plaats eindigde tenslotte Howden Ganley.

In de stand voor het wereldkampioenschap had Emerson Fittipaldi nu 52 punten. Hij had een geruststellende voorsprong van 25 punten op Jackie Stewart en Denny Hulme. Met 25 punten stond Jacky Ickx op een vierde plaats. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 52 punten. Op de tweede plaats stond McLaren/Ford met 35 punten voor Tyrrell/Ford met 33 en Ferrari met 29 punten.

Stand na de GP van Oostenrijk

Pos

Coureur

Punten

1

Emerson Fittipaldi

52

2

Jackie Stewart

27

 

Denny Hulme

27

4

Jacky Ickx

25

Pos

Constructeur

Punten

1

Lotus/Ford

52

2

McLaren/Ford

35

3

Tyrrell/Ford

33

4

Ferrari

29

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics