GRAND PRIX VAN CANADA 1972

XIIth Canadian Grand Prix

CAN

VERSLAG VAN DE RACE

n° 10 - Jacky Ickx - Ferrari 312B2-72

n° 11 - Clay Regazzoni - Ferrari 312B2-72

n° 8 - Carlos Reutemann - Brabham BT37

Normaal gezien moest deze Grand Prix gereden worden op het circuit van St.Jovite (Mont-Tremblant). Maar kort voordat de race moest doorgaan werd het circuit onverwacht gesloten door zijn eigenaar. Gelukkig was Mosport Park, met de hulp van sponsor Labatt’s Brewery, bereid om de organisatie van de Grand Prix over te nemen. In allerijl werden er bijkomende vangrails en vanghekken geplaatst, maar de beloofde en broodnodigde asfalteringswerken werden niet uitgevoerd. Dat was ontgoochelend voor de coureurs, maar de 25.000 dollar winstpremie maakte veel goed.

In totaal kwamen er 25 coureurs opdagen voor deze race. Ze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, Matra, Lotus, Brabham, Ferrari, BRM, McLaren, Surtees, March en Tecno. Van privé-zijde waren de teams van Frank Williams, Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing en Gene Mason Racing (met een March voor Skip Barber) aanwezig.

Tijdens de eerste training, op vrijdagmorgen, werden de tijden niet officieel genoteerd. Het duurde dan ook tot de namiddag eer we een idee kregen van de krachtsverhoudingen voor deze race. De training werd echter tijdelijk onderbroken toen Jacky Ickx uit de bocht vloog. Zijn wagen werd gelukkig opgevangen door de draadhekken, maar de voorwielophanging van de Ferrari werd daarbij wel zwaar beschadigd. Op dat moment had Denny Hulme de snelste tijd achter zijn naam staan. Het was echter Jackie Stewart die op het einde van de training de snelste tijd van de dag liet noteren met 1’14,5”. Dan was net iets sneller dan de Nieuw-Zeelander. Ook Emerson Fittipaldi, Ronnie Peterson en Peter Revson draaiden competitieve tijden van iets meer dan 1’15”. Dan volgden de twee Ferrari’s van Jacky Ickx en Clay Regazzoni. Na de goede prestatie van Graham Hill in Monza werd hij hier echter gehinderd door een slecht werkende brandstofpomp. Hij eindigde deze training dan ook op de voorlaatste plaats. Enkel Bill Brack, die hier voor BRM uitkwam, deed nog slechter!

Op zaterdagmorgen moest Jackie Stewart al snel overstappen van de Tyrrell 005 in de 004. Maar door elektrische problemen kwam hij ook in deze wagen nauwelijks in actie. Na deze training staken Denny Hulme en Peter Revson er met kop en schouders bovenuit. Ze reden respectievelijk 1’13,9” en 1’13,6”. Zelfs de nieuwe wereldkampioen kon de McLarens niet bijhouden. Hij reed, net als Reine Wisell, die terug voor Lotus reed trouwens, 1’14,5”. Pech bleef Graham Hill achtervolgen. Deze morgen blies hij, in het begin van de training, zijn Ford motor op. Derek Bell moest ook naar de kant omdat de achterwielophanging afbrak op zijn Tecno.

Na de middag was het de beurt aan Peter Revson om in de problemen te komen. Hij verloor in ‘Turn 2’ een wiel en beschadigde daarbij zijn McLaren vrij zwaar toen hij in de vangrails knalde. Toch zou hij de pole positie behouden met zijn tijd van deze voormiddag. En dit ondanks een knappe prestatie van Ronnie Peterson. De Zweed reed een knappe kwalificatie in zijn March, maar kwam toch niet verder dan een 1’14,0”. Daardoor verdrong hij echter Jackie Stewart van de eerste startrij. De Schot, die terug in de 005 reed, kwam niet verder dan 1’14,4”. Dat was even snel als Emerson Fittipaldi en net een fractie sneller dan François Cevert in zijn nieuwe Tyrrell 006. Dan volgden Clay Regazzoni en Jacky Ickx, die de derde rij vervolledigden.

Het weer op zondag was veel slechter dan tijdens de twee voorgaande trainingsdagen, toen het mooi en zonnig was. Maar nu hing er veel mist. Het was zo erg dat de 30 minuten durende ongetimede sessie werd afgelast omwille van de beperkte zichtbaarheid. Op de middag leek het zelfs op dat de Grand Prix zou moeten afgelast worden maar rond 14.00 uur werd het zicht gelukkig een stuk beter. Het grote aantal toeschouwers werd onrustig en er werd beslist dat de coureurs een inspectieronde mochten rijden. Deze werd Derek Bell fataal, want hij spinde in de haarspeld met zijn Tecno van de baan. Hij hield er een beschadigde voorwielophanging aan over en hij kon dan ook niet starten in deze race. Iedereen van de 24 coureurs die de start zouden nemen, waren er van overtuigd dat de condities goed genoeg waren om te gaan racen.

Het was Ronnie Peterson die een erg goede start maakte. Zeker in vergelijking met Peter Revson en Denny Hulme, die beiden maar traag van hun plaats wegkwamen. Peter Revson kon op de derde positie, na Peterson en Jackie Stewart, inpikken, maar Denny Hulme viel zelfs terug tot in het middenveld. Ook andere coureurs hadden al problemen van bij de start.Niki Lauda en Skip Barber kwamen in de eerste ronde al tot stilstand. Niki Lauda zou later trouwens gediskwalificeerd worden omdat hij assistentie van buitenaf ontving. Een klein uur later zou Skip Barber, na het vervangen van de ontkoppeling, terug vertrekken. Maar er gebeurde in het begin van de race nog wel meer. Wilson Fittipaldi moest na vijf ronden de strijd ook al staken door een probleem met de versnellingsbak terwijl Mike Beuttler in de vanghekken spinde. Ook François Cevert ging in de eerste ronde bijna van de baan waardoor hij veel plaatsen verloor en Andrea de Adamich, die bij de start op de grid was blijven staan, moest twee ronden later de strijd al staken met ook al versnellingsbak problemen. Eén persoon die al deze problemen omzeilde, was Ronnie Peterson. Na één ronde had hij al drie seconden voorsprong op Jackie Stewart. Maar de Schot kwam de volgende ronden terug aansluiten bij de March coureur en in de vierde ronde nam hij de leiding over. Jackie Stewart breidde dan zijn voorsprong uit met een tempo van ongeveer één seconde per ronde. Ronnie Peterson bleef wel op een duidelijke tweede plaats rijden. Het gevecht om de derde plaats ging tussen Peter Revson, Jacky Ickx, Emerson Fittipaldi, Clay Regazzoni, Chris Amon en Carlos Reutemann. Achteraan in deze groep kwam Denny Hulme, na zijn povere start, terug aansluiten.

n° 1 - Jackie Stewart - Tyrrell 005

Na 20 ronden had Jackie Stewart al ruim 15 seconden voorsprong opgebouwd op Ronnie Peterson. Peter Revson reed op de derde plaats voor Jacky Ickx. Deze kreeg echter problemen met zijn Ferrari, want hij verloor duidelijk vermogen. Hij verloor dan ook vrij snel een positie aan Emerson Fittipaldi. In de 22e ronde werd de Belg gepasseerd door Clay Regazzoni en werd nu op de hielen gezeten door Carlos Reutemann en Denny Hulme. Chris Amon was teruggevallen doordat zijn uitlaatpijp afgebroken was. Denny Hulme was echter nog steeds van plan om zijn verloren plaats vooraan in de race terug in te palmen. Hij probeerde uit alle macht Carlos Reutemann in te halen. Deze slaagde er echter in hem steeds af te houden. Dit was niet naar de zin van Denny Hulme en hij stak dan ook meerdere keren zijn vuist op. Ook François Cevert probeerde van achteraan terug op te rukken naar voren. In de 32e ronde liet Denny Hulme de Fransman passeren om te zien of hij iets kon beginnen tegen Carlos Reutemann. In de 40e ronde moest de Fransman echter naar de pit met remproblemen! Later in de race gaf François Cevert op met en probleem aan de versnellingsbak. Jacky Ickx was ondertussen gestopt in de pit met een lekke band. Denny Hulme reed nu op de zevende plaats, maar reed nog steeds net achter de Brabham van Carlos Reutemann. Maar eens te meer kon hij deze niet passeren. Uiteindelijk accepteerde hij deze situatie! Ondertussen had Jackie Stewart iedereen tot de achtste plaats al op een ronde achterstand gezet. Zijn voorsprong op Ronnie Peterson was opgelopen tot ruim 20 seconden. De Zweed had een vergelijkbare voorsprong op Peter Revson en Emerson Fittipaldi. Dan volgde Clay Regazzoni. Tot de 54e ronde viel er dan niets meer te melden. Toen probeerde Ronnie Peterson Graham Hill te dubbelen. In Turn 10 reed hij naast Graham Hill. Deze behield echter zijn racelijn, met als resultaat dat de twee wagens elkaar raakten. Graham Hill kon zijn weg vervolgen maar de stuurinrichting van de March van Ronnie Peterson was verbogen zodat hij tot stilstand kwam net na de pit. Hij duwde zijn wagen terug achterwaarts naar de pit waar de mecaniciens het probleem probeerden te verhelpen. Hij werd later echter gediskwalificeerd omdat hij in de verkeerde richting was gereden (geduwd).

Doordat Ronnie Peterson wegviel, was de voorsprong van Jackie Stewart nu plots meer dan een halve minuut op Peter Revson die Emerson Fittipaldi had weten af te schudden. De Braziliaan had zijn tempo serieus moeten verlagen door een probleem met de wegligging op zijn Lotus. In de 57e ronde kon Clay Regazzoni de derde plaats overnemen toen Emerson Fittipaldi de pit indook. Toen de Braziliaan terug op de baan verscheen, reed hij echter al ergens achteraan in het veld. Ook Reine Wisell moest de pit een bezoek brengen. Hij moest de race verlaten met een lek in een olieleiding. Het enige duel dat nu nog bezig was, was dat tussen Carlos Reutemann en Denny Hulme. In de 73e ronde spinde echter Clay Regazzoni doordat hij tijdens het dubbelen van Skip Barber door hem werd gehinderd. Clay Regazzoni verloor twee plaatsen en Carlos Reutemann reed nu op de derde plaats net voor Denny Hulme. De Argentijn kreeg in de laatste ronde echter af te rekenen met een onwillige motor zodat Denny Hulme hem alsnog kon passeren en de derde podiumplaats kon bemachtigen. Zijn achterstand op zijn teamcollega Peter Revson bedroeg op de eindstreep amper 6 seconden. Ondertussen was Jackie Stewart echter al een halve minuut als winnaar over de streep gereden.

In de stand voor het wereldkampioenschap had Emerson Fittipaldi 61 punten voor Jackie Stewart met 36, Denny Hulme met 35 en Jacky Ickx met 25 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 61 punten voor McLaren/Ford met 45, Tyrrell/Ford met 42 en Ferrari met 31 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics