GRAND PRIX VAN USA 1972

XVth United States Grand Prix

USA

VERSLAG VAN DE RACE

n° 28 - Graham Hill - Brabham BT37

Het prijzengeld voor deze Grand Prix bedroeg niet minder dan 275.000$. Het was dan ook geen verrassing dat elk team hier een graantje wou van meepikken en dat er in totaal niet minder dan 32 inschrijvingen te noteren vielen. 23 onder hen zouden elk $6.000 startgeld verdienen. De rest van het geld werd verdeeld aan de finish en aan de hand van het klassement van de snelst gereden ronde tijdens de race. De volgende teams waren aanwezig op Watkins Glen: Tyrrell, March, Ferrari, Lotus, BRM, Matra, McLaren, Surtees, Brabham en Tecno. Van privé-zijde waren Frank Williams, Clarke-Mordaunt-Guthrie Racing, Gene Mason Racing en Champcarr Inc. aanwezig. Het team van Surtees had de nieuwe TS14 meegebracht naar Amerika. De wagen had verschillende aanpassingen ondergaan vooral dan met betrekking tot de brandstoftoevoer en de remmen. John Surtees, één van de 32 coureurs die aanwezig waren, deed dit echter enkel en alleen om de wagen te prepareren voor Tim Schenken. Hij zou dus niet deelnemen aan de race. De wagen van Schenken, een TS9B, werd uitgeleend aan de Amerikaan Sam Posey. Mike Hailwood, die er in Canada niet bij was omdat hij een race voor het Formule 2 kampioenschap moest rijden in Albi, en Andrea de Adamich reden in hun gewone wagens van het Surtees team. Mario Andretti reed zijn laatste race voor Ferrari, net als Dave Walker, die zijn laatste race voor Lotus reed. Patrick Depailler kreeg van het Tyrrell team een tweede kans om zich te bewijzen en bij McLaren kreeg Jody Scheckter, die al voor het F2 team van McLaren reed, een eerste kans zich te tonen aan het F1-publiek. Ten slotte kreeg Brian Redman bij BRM een type P180 ter beschikking. De wagen was de vorige race gebruikt door Bill Brack.

Op de eerste trainingsdag, op vrijdag, kregen de coureurs vier uur de tijd om een snelle ronde neer te zetten. Vermits er voor de tweede trainingsdag regen was voorzien, liet geen enkele coureur er gras over groeien. Zelfs met het grote aantal deelnemers op de baan bleek al snel wie hier de dienst zou uitmaken. Vooral de wagens van Tyrrell en McLaren maakten indruk op de concurrentie. Zelfs de ‘nieuwe’ coureurs van de teams konden het tempo goed volgen. Deze trend zou zich de volledige training doorzetten en toen op het einde de balans werd opgemaakt, bleek Jackie Stewart de snelste ronde te hebben gereden met een tijd van 1’40,481”. Net daarachter volgde Peter Revson met 1’40,527”. Derde werd Denny Hulme. Hij was de eerste van vijf coureurs met een tijd van 1’41”. De andere coureurs waren François Cevert, Carlos Reutemann, Clay Regazzoni en Chris Amon. Dan volgde Jody Scheckter! Dat was een knappe prestatie, zeker als je daarbij in rekening brengt dat hij slechts twee jaar geleden met de autosport was begonnen. Ook Patrick Depailler werd knap elfde. Emerson Fittipaldi maakte opnieuw gebruik van de Lotus 72D, maar zijn training werd weer onderbroken door een probleem met de achterwielophanging. Maar het verging Ronnie Peterson nog slechter. Hij kon bijna niet trainen omdat hij maar liefst twee keer een motor opblies. De nieuwe wereldkampioen kon tijdens de herstelling van zijn wagen wel terugvallen op de wagen van Dave Walker, die uiteraard dan maar moest wachten. Alle vier de coureurs van BRM kloegen over het gebrek aan vermogen en waren vrij ver achteraan de ranglijst te vinden. Howden Ganley was de snelste met een tijd van 1’44,075”. Daarmee eindigde hij op de zeventiende plaats. Hij had nog een angstig moment tijdens de training toen er een wiel afbrak en hij al spinnend in de opvanghekken vloog. Het team had ook problemen met de banden van Firestone. Deze hadden vorige maand aangekondigd dat ze de sport zouden verlaten en er werden dan ook geen ontwikkelingswerk meer gestoken in de huidige banden. Maar korte tijd later zou Firestone op deze beslissing terugkomen!

De weersvoorspellingen waren deze keer juist. Het was op zaterdagmorgen niet alleen nat, maar ook erg mistig. De racecondities waren zo slecht dat er minder dan de helft van de coureurs maar gebruik maakten van de tweede training. Alleen tijdens de laatste 20 minuten van de training reden de coureurs dan toch enkele rondjes. Ook de derde training, die 2 ½ uur duurde, werd gereden op een natte baan. Op het einde was er wel een droog spoor beschikbaar. De meeste coureurs schakelden op het einde van de training dan ook over op slicks. Enkele minuten na zijn bandenwissel vloog Ronnie Peterson echter van de baan en beschadigde daarbij zijn March vrij zwaar. De mecaniciens moesten hard zwoegen om de wagen weer raceklaar te krijgen. Zoals te verwachten viel, werden er geen tijden van vrijdag verbeterd. Gelukkig kon Tim Schenken zich alsnog voor de race kwalificeren, nadat hij op vrijdag zijn teambaas met de wagen had zien rondrijden.

Bij het begin van de race was het zwaar bewolkt en zelfs een sneeuwbui werd niet uitgesloten! Tijdens de warming-up ronde, in de voormiddag, viel er op de motor van Chris Amon zijn Matra een cilinder uit. Het team verving in een recordtempo de motor en besliste om de race achteraan op de grid te starten. Ook Derek Bell was in zijn Tecno in problemen gekomen. Het team kon deze problemen echter niet oplossen zodat zijn kansen om de race te eindigen eigenlijk gelijk aan nul waren. Toen de start werd gegeven, was het Jackie Stewart die onmiddellijk de leiding nam voor Denny Hulme. Achter hen, in de eerste bocht, remde Clay Regazzoni erg laat in een poging de leiders bij te benen. Hij kwam er echter in aanraking met Carlos Reutemann en Peter Revson. Hij beschadigde daarbij zijn wagen. Voor de rest waren er in de eerste ronde geen incidenten. Na één ronde was de volgorde: Jackie Stewart, Denny Hulme, Emerson Fittipaldi, Jody Scheckter, Jacky Ickx, Clay Regazzoni, Mario Andretti, Wilson Fittipaldi en Howden Ganley en de rest van het veld, behalve dan Peter Revson, die na zijn aanvaring met Clay Regazzoni, een pitstop moest maken om enkele herstellingen te laten uitvoeren. Op het einde van de tweede ronde reed Carlos Reutemann de pit in om zijn neus te laten vervangen. Jackie Stewart sloeg iedereen met verstomming en had in het begin van de derde ronde al 5 seconden voorsprong op Denny Hulme en Jody Scheckter. Emerson Fittipaldi was ondertussen teruggevallen naar de vierde plaats.

n° 9 - Mario Andretti - Ferrari 312B2-72

Jackie Stewart verkeerde duidelijk in topconditie en reed elke ronde verder weg van de concurrentie. Dit in tegenstelling tot Emerson Fittipaldi, die alle moeite van de wereld had om voor het aanstormende Ferrari trio te blijven. Hij kon dat nog 2 ronden volhouden, maar problemen met een leeglopende achterband verplichtten hem een pitstop te maken op het einde van de vijfde ronde. Hij kwam als laatste terug op de baan. Negen ronden later moest hij met een probleem aan de achterwielophanging weer de pit opzoeken. In de 18e ronde werd hij uiteindelijk de 2e opgever van deze race nadat Derek Bell in de 9e ronde al had opgegeven met een oververhitte motor. Enkele ronden later kregen ze het gezelschap van Tim Schenken omdat er op zijn Surtees iets was afgebroken in de achterwielophanging. Vooraan had Jackie Stewart de race volledig onder controle. Hij had al meer dan 20 seconden voorsprong op Denny Hulme. François Cevert maakte het feestje voor Tyrrell compleet door de drie Ferrari’s te passeren en daardoor de 3e positie over te nemen. Patrick Depailler, in de derde Tyrrell, was ondertussen ook al opgerukt naar de 10e plaats. Jacky Ickx reed op een vijfde plaats, terwijl Ronnie Peterson de betere was van Mario Andretti. Deze laatste werd trouwens ook gepasseerd door Wilson Fittipaldi en Mike Hailwood. Er waren duidelijk problemen met de wegligging op zijn Ferrari. Dit had alles te maken met het feit dat Mario Andretti beslist had om de race te beginnen met verschillende compounds aan iedere zijde van zijn Ferrari. Zijn teamgenoot, Clay Regazzoni, had echter nog grotere problemen. De uitlaat van zijn wagen was afgebroken waardoor hij heel wat vermogen had verloren. Hij viel dan ook snel terug in het achterveld.

Halfweg ging François Cevert voorbij Denny Hulme zodat het team van Ken Tyrrell nu de eerste twee plaatsen innamen. Jody Scheckter reed op de vierde plaats, ver voor Ronnie Peterson en Jacky Ickx, die onderling van plaats waren gewisseld in de 25e ronde. Kort daarna begon het lichtjes te regenen op een gedeelte van het circuit. De eerste scherpe bocht na de start finish gedeelte was ondertussen nat geworden. De eerste die zich liet ‘vangen’ was Jody Scheckter in de 40e ronde. Net daarachter kwam Mike Beuttler en Graham Hill, die net gedubbeld waren door de Zuid-Afrikaan. Ook zij spinden van de baan. Alle drie konden ze echter hun weg vervolgen, al verloor Jody Scheckter wel bijna 2 minuten en elf plaatsen in dit avontuur. Jacky Ickx nam zo de vierde plaats over, net voor Ronnie Peterson. Kort daarachter volgden dan Wilson Fittipaldi en Mike Hailwood. In de 44e ronde blies Wilson Fittipaldi echter zijn motor op waardoor Mike Hailwood alleen achterbleef op de zesde plaats. Dan volgde Mario Andretti op plaats zeven. Ook verder naar achteren in het veld vielen er enkele opgaves te noteren. Onder hen de vier wagens van BRM die kort na elkaar uitvielen. Brian Redman, Howden Ganley en Peter Gethin kregen allen af te rekenen met een motorprobleem terwijl Jean Pierre Beltoise in de pit stopte met een probleem aan het ontstekingsmechanisme. Ondertussen reed Jackie Stewart alsmaar verder weg van de tegenstand. Zijn voorsprong was inmiddels opgelopen tot 40 seconden. Zo bleef het ook en vermits François Cevert ver voor Denny Hulme reed kon Ken Tyrrell hier een klinkende 1-2 overwinning vieren. Patrick Depailler werd in de derde Tyrrell nog knap zevende. Achter de drie eersten viel er nog wel wat te beleven in de eindfase van de race. Peter Revson had na zijn pitstop in de eerste ronde zich terug weten op te werken tot de 6e plaats in de 55e ronde. Helaas begaf toen zijn motor het! Twee ronden later viel Mike Hailwood, die net was gepasseerd door Mario Andretti, ook nog uit met een beschadigde achterwielophanging, nadat hij in contact was gekomen met Mike Beuttler en Jacky Ickx. Uiteindelijk werd Ronnie Peterson net vierde voor Jacky Ickx. Deze laatste had, net als Clay Regazzoni eerder in de race, zijn uitlaat zien afbreken en had daardoor het gevecht om de vierde plaats verloren.

De volledige eindstand van het seizoen 1972 kan je HIER terugvinden

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics