
|
Emerson
Fittipaldi |
Het F1-circus stak de grens met Brazilië over om daar voor de eerste keer een Grand Prix te houden die meetelde voor het wereldkampioenschap. Vorig jaar werd hier al een generale repetitie gehouden, een race die gewonnen werd door Carlos Reutemann in zijn Brabham BT34. Het Interlagos circuit, gelegen in de buitenwijken van Sao Paulo, had de eer deze eerste Grand Prix te mogen organiseren. Het circuit, geopend in 1940, waar al heel wat andere racewedstrijden hadden plaatsgevonden, was erg hobbelig. De faciliteiten voor de teams waren echter in orde, zodat iedereen vrij tevreden was over dit 7,96 km lange circuit.
Het team van John Player Team Lotus had vele testkilometers gemaakt op dit circuit om hun thuisrijder Emerson Fittipaldi in de beste omstandigheden aan zijn thuis Grand Prix te laten deelnemen. Vanaf de eerste training was het duidelijk dat hun inspanningen niet voor niets waren geweest. De eerste training, op donderdag, was nog ongetimed, maar het was zelfs met het blote oog zichtbaar dat Emerson Fittipaldi en Ronnie Peterson sneller waren dan al de rest. Toen de ‘echte’ trainingen begonnen, was enkel de vraag ‘Hoeveel sneller?’ En zo was het ook! De twee Lotussen reden voortreffelijk en lagen prima op de baan, iets waar alle andere teams problemen mee hadden. Ronnie Peterson was de snelste tijdens het eerste uur met een tijd van 2’31,5”. Emerson Fittipaldi volgde op amper 0,1”. Al de rest volgde op meer dan 2 volle seconden. De eerste van de rest was Carlos Pace in 2’33,8”. Na de pauze ging Ronnie Peterson nog sneller en verbeterde zijn tijd met 1 volle seconde. Emerson Fittipaldi was net even snel als voor de pauze en Jacky Ickx werd nu de snelste van de rest van het veld in 2’32,0”, voor Carlos Pace (2,33,2”), Clay Regazzoni (2’32,4”), Denny Hulme (2’32,7”) en Carlos Reutemann (2’32,9”). François Cevert, Jackie Stewart en Jean Pierre Beltoise reden allemaal een tijd van iets meer dan 2’33,0”. De coureurs van het team van Tyrrell hadden echter zichtbaar problemen met de wegligging van hun wagens. Zelfs een experiment met de ‘005’ met een langere wielbasis had niet het gewenste effect. De wagen werd trouwens weer snel omgebouwd naar de ‘normale’ versie. Twee coureurs kwamen amper aan trainen toe. Mike Beuttler blies zijn motor op in zijn derde ronde en de lokale coureur Luiz Bueno had nog geen contract afgesloten met Surtees. Peter Revson van zijn kant kwam helemaal niet in actie omdat hij ziek was.
Op zaterdag was de temperatuur gestegen tot bijna 40°C en alle hoop op snelle rondetijden was dus erg klein geworden. De startposities bleven dan ook nagenoeg ongewijzigd. De twee coureurs van Lotus bleven echter onbedreigd de snelste van het lot. Ronnie Peterson was met 2’34,0” de snelste op het einde van het eerste trainingsuur. Tijdens de laatste 90 minuten deed Emerson Fittipaldi nog een uiterste poging om de pole positie te veroveren. Hij kwam echter 0,2” te kort, wat gezien de omstandigheden wel een fantastische tijd was. Er waren in totaal slechts een handvol coureurs die hun tijd van vrijdag konden verbeteren. Carlos Pace was één van hen. Hij reed 2’32,7”, wat net niet snel genoeg was voor een plaats op de tweede startrij. Ronnie Peterson kwam tijdens deze laatste training nog nauwelijks in actie, maar kon de tijd van Carlos Pace toch evenaren. Sommige coureurs hadden echter geen keuze en moesten voluit gaan. In de BRM van Clay Regazzoni werd een nieuwe motor geïnstalleerd. Deze liep echter voor geen meter. Ook Niki Lauda kreeg in zijn BRM met problemen af te rekenen. Hij verloor al zijn koelwater door een lek in de radiator. Peter Revson was gelukkig fit genoeg en reed uiteindelijk een knappe 2’34,3”, wat meteen goed was voor de zevende plaats van de dag. In totaal bleek het de elfde tijd te zijn.
Ook op zondag was het erg warm. De toeschouwers werden koel gehouden door de brandweer, die er een waterspray over spoot. Er was, in afwachting van de race, een erg indrukwekkende ‘air-show’, voordat de F1 wagens zich klaarmaakten op de grid. Twee coureurs hadden deze voormiddag, tijdens de warming-up, al wat problemen. Niki Lauda verloor een wiel toen zijn achteras het begaf en de motor van Wilson Fittipaldi had de geest gegeven. Net voor de start was er echter paniek in het kamp van Williams. De scrunteneers vonden een probleem met de blusapparaten. Uiteindelijk slaagde het team er in om deze problemen nog op te lossen voor de start zodat ze met 20 wagens klaarstonden op de grid. Tien de vlag viel was het uiteindelijk Emerson Fittipaldi die een perfect start nam. Carlos Pace, de tweede Braziliaan, kwam vanaf de derde rij naar de tweede plaats. Op de derde plaats reed de eveneens goed gestarte Jackie Stewart. Ronnie Peterson en Jacky Ickx daarentegen, namen een slechte start en kwamen na één ronde door als vierde en vijfde. Net achter hen reden Jean Pierre Beltoise, Peter Revson, François Cevert, Mike Hailwood, Carlos Reutemann en Arturo Merzario. Clay Regazzoni en Denny Hulme, die op de tweede rij waren gestart, reden op kop van de rest van het veld. Wilson Fittipaldi kwam al na één ronde de pit in met een waterlek. Hij kon even later zijn race vervolgen, maar in de zesde ronde zat zijn race er dan toch op met een oververhitte motor.
In de 2e ronde nam Jackie Stewart de tweede plaats over van Carlos Pace. Een ronde later viel de Braziliaan ook terug achter Ronnie Peterson. Deze laatste was echter nog niet tevreden met de derde plaats. De volgende ronden plaatste hij Jackie Stewart serieus onder druk. In de 6e ronde spinde hij echter van de baan en beschadigde daarbij zijn rechter achterwiel. Ronnie Peterson kon wel zonder kleerscheuren uit zijn wagen stappen. Jacky Ickx nam de derde plaats over omdat hij de ronde voordien Carlos Pace had weten te passeren. De coureur die echter het meeste aantal plaatsen goedmaakte, was Denny Hulme. Dat was goed voor McLaren want Peter Revson, hun tweede coureur, had al een probleem met zijn versnellingsbak. Denny Hulme was opgerukt van de dertiende plaats na één ronde tot de zesde plaats na zes ronden. Ondertussen bleven er ook coureurs opgeven. Jean-Pierre Jarier en Mike Hailwood gaven beiden op met problemen aan hun versnellingsbak en in de 9e ronde moest ook Carlos Pace er de brui aan geven omdat zijn wagen wel onbestuurbaar leek. Ook Carlos Reutemann had problemen en viel na een lange pitstop terug naar de laatste plaats.
|

|
n°
3 - Jackie Stewart - Tyrrell 005
|
Na een kwart van de raceafstand had Emerson Fittipaldi 6 seconden voorsprong op Jackie Stewart, die een even grote voorsprong had op Jacky Ickx. Dan volgden Jean Pierre Beltoise en Denny Hulme, die wiel in wiel reden. Daarna kwamen François Cevert, Clay Regazzoni, Arturo Merzario en de zes andere overblijvende wagens. Het thuispubliek had vooral oog voor Emerson Fittipaldi en het duel voor de 4e plaats tussen Jean Pierre Beltoise en Denny Hulme. In de 12e ronde nam Denny Hulme de vierde plaats over van de Fransman. Drie ronden later viel de Nieuw-Zeelander de derde plaats van Jacky Ickx al aan. De Belg moest echter in de 17e ronde de pit opzoeken omdat hij een lekke band had, opgelopen door over een gebroken fles te rijden, die door het publiek op de baan was geworpen. Hij kwam als achtste terug op de baan. Door een misverstand met de monteurs werd er echter bij de Belg een verkeerde (te smalle) band gemonteerd waardoor Jacky Ickx zijn racetempo moest verlagen. Maar ook andere coureurs kregen af te rekenen met problemen. Denny Hulme zijn ontkoppeling werkte niet optimaal meer zodat hij de jacht op Jackie Stewart moest opgeven. Mike Beuttler gaf op met een oververhitte motor en Niki Lauda was op het circuit stilgevallen met een elektrisch probleem. Hij kon dit echter zelf oplossen. Kort daarna kreeg het team van BRM echter ook af te reken met problemen op de wagen van Jean Pierre Beltoise. De Fransman, die op een vijfde plaats reed, moest opgeven, ook al met een elektrisch probleem. Twee ronden later moest Clay Regazzoni de pit opzoeken om zijn versleten voorbanden te laten vervangen. Net toen de Zwitser op de 8e plaats terug op de baan verscheen, reed Luiz Bueno de pit in, ook al met een elektrisch probleem. Door de herstelling werd hij teruggeslagen naar de laatste plaats.
Vooraan was Emerson Fittipaldi echter niet van zijn stuk te brengen. Na 30 ronden had hij 15 seconden voorsprong op Jackie Stewart. Denny Hulme volgde al op meer dan één minuut. In de laatste 10 ronden gebeurde er niet veel meer zodat Emerson Fittipaldi onder luid applaus als overwinnaar over de finish reed. Achter de eerste drie werd Arturo Merzario knap vierde, al had hij wel een ronde achterstand. Dan volgden Jacky Ickx, Clay Regazzoni, Howden Ganley, Niki Lauda en Nanni Galli. François Cevert werd tiende voor Carlos Reutemann en Luiz Bueno.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Emerson Fittipaldi al 18 punten. Op de tweede plaats stond Jackie Stewart met 10 punten. Op een gedeelte derde plaats vonden we François Cevert en Denny Hulme terug met 6 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 18 punten voor Tyrrell/Ford met 12.
Op de derde plaats volgden dan McLaren/Ford en Ferrari hadden er ieder 6.
|
Stand
na de GP van Brazilië |
|
Pos
|
Coureur
|
Punten
|
|
1
|
Emerson
Fittipaldi
|
18
|
|
2
|
Jackie
Stewart
|
10
|
|
3
|
François
Cevert
|
6
|
|
|
Denny Hulme
|
6
|
|
Pos
|
Constructeur
|
Punten
|
|
1
|
Lotus/Ford
|
18
|
|
2
|
Tyrrell/Ford
|
12
|
|
3
|
McLaren/Ford
|
6
|
|
|
Ferrari
|
6
|
|